Rekening van de kapper

nr. 000494000001 In het archief van de familie Willink is een grote hoeveelheid rekeningen bewaard gebleven van onder meer gekochte pijpen, brillen, parasols en paraplu’s, schoenen, allerlei soorten stoffen met linten en strikjes, gespen, horloges, pendules, karpetten en meubels. Én rekeningen van de kapper uit de jaren 1787, 1833 en 1839.

Staartpruikje

De rekening van kapper Wittenius voor Jan ten Broeke Willink gaat over de maanden juli, augustus en september 1787. In die maanden was Amsterdam verwikkeld in een burgeroorlog tussen patriotten en orangisten. Kennelijk liet Jan Willink zijn gang naar de kapper hierdoor niet verstoren. Jan Willink droeg vermoedelijk een glad staartpruikje, met twee rolletjes opzij. De rolletjes werden er met een krultang ingelegd. Pommade zorgde voor stevigheid in het kapsel. Het staartje aan de achterkant kreeg een lintje. De mode om torenhoge, gepoederde krulpruiken te dragen was toen al op zijn retour. De belasting op poeder in 1800 gaf de doodsteek aan de gepoederde pruik.

Haarspelden en strikken

De twee rekeningen uit 1833 en 1839 van kapper Etienne zijn voor de zoon van Jan Willink, Hendrik van Leuvenigh Willink, en diens vrouw Catharina. Hendrik schafte in 1839 een pruikje aan met metaalglans. Het kapsel van de dame op het briefhoofd ziet er bewerkelijk uit. En uit het aantal kammetjes, haarspelden, strikken en papillotten op de rekening uit 1833 valt op te maken dat het kapsel van Catharina en haar dochters er ongeveer zo uitgezien moet hebben. Het haar van de dames werd in die tijd hoog opgemaakt en met bloemen, parels, kanten en linten versierd. Het dragen van een hoed was vaak niet mogelijk; die werd dan in de hand gehouden.

Familie Willink

Jan ten Broeke Willink en zijn vrouw Aletta woonden op de Keizersgracht, bij de Runstraat. Jan Willink had een compagnieschap in voederbieten, dat uitliep op een enorm fiasco. Zoon Hendrik, commissionair en makelaar, zorgde ervoor dat de familie haar levenswijze van gegoede burgers kon voortzetten. De familie genoot op typisch achttiende–eeuwse wijze van het leven. Jan Willink had een eigen vinkenbaan, hij was lid van een leesgezelschap en in zijn huis werd gemusiceerd op piano en gitaar. Op de bruiloft van Jan en Aletta zorgden zes muzikanten voor de muzikale omlijsting van het soupertje.

Rekening van kapper en pruikenmaker Etienne voor de familie Willink, 1839

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<