Louisiana Purchase

nr. 000735001913_001 De gerenommeerde Amsterdamse bank Hope & Co. hielp in 1803 met de financiering van de historische aankoop van het grote gebied Louisiana door de Verenigde Staten: de Louisiana Purchase. In het rijke archief van de bank wordt nog een aandeel in de transactie bewaard.

Een bod op New Orleans

Toen in 1800 Napoleon in het geheim van Spanje de rechten had overgenomen op Louisiana, veroorzaakte dat grote onrust in de nog jonge federatie van dertien Verenigde Staten. Louisiana was, met de Mississippi en New Orleans aan de monding daarvan, economisch gezien van groot belang. President Thomas Jefferson besloot tot diplomatieke actie en gaf zijn ambassadeur in Parijs, Robert Livingston, en gezant James Monroe opdracht om over de koop van New Orleans te onderhandelen.

Napoleon in geldnood

In maart 1803 bood Napoleon geheel Louisiana aan. Hij zat in geldnood vanwege zijn strijd tegen de Engelsen en zag voordeel in een goede relatie met de Verenigde Staten, die zich net hadden vrijgevochten van de Engelse overheersing. De onderhandelaars gingen met dit aanbod direct akkoord, zelfs zonder ruggespraak met de president. De overeenkomst werd getekend op 30 april 1803. Het zou echter nog meer dan een jaar duren voor de delicate en ingewikkelde onderhandelingen over de financiering afgerond konden worden.

For a song

Het gekochte gebied was ongeveer zo groot als Engeland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en Portugal te samen. Deze misschien wel grootste onroerendgoedtransactie uit de wereldgeschiedenis staat bekend als de ‘Louisiana Purchase’. Dankzij deze transactie verdubbelden de Verenigde Staten in één keer in omvang en werden ze één van de grootste naties ter wereld. De koopprijs bedroeg vijftien miljoen dollar. 'Let the Land rejoice, for you have bought Louisiana for a song,' was het commentaar.

Staatsobligaties en aandelen

De Verenigde Staten beschikten niet over de liquide middelen om dit bedrag direct aan Napoleon te kunnen voldoen. Betaald werd in 6%-staatsobligaties. Maar Napoleon had behoefte aan contant geld. De Amsterdamse bank Hope & Co en het Londense bankiershuis Baring & Comp. namen de staatsobligaties over. Een deel van het bedrag moest Hope rechtstreeks betalen aan een Scandinavische leverancier van scheepsmasten voor de Franse marine. Hope & Co gaven aandelen uit waarop 5½% rente werd betaald. De halve procent winst werd gebruikt voor een slotuitkering bij aflossing in 1820.

Hope & Co

De firma Hope & Co, ontstaan uit de goederenhandel, legde zich in de achttiende eeuw steeds meer toe op de financiering van handelstransacties en de uitgifte van geldleningen aan overheden en vorstenhuizen in Europa en Amerika. Toen Amerika in 1803 op zoek ging naar betrouwbare partners voor de financiering van de historische aankoop van Louisiana viel de keus op Hope en op de Engelse bankier Baring. Hope en Baring waren zowel zakelijk als via een huwelijk aan elkaar gelieerd.

Fortis

In de twintigste eeuw fuseerde Hope & Co achtereenvolgens met R. Mees & Zoonen en met de Nederlandse Overzee Bank tot Bank Mees & Hope. Daarna kwam de bank MeesPierson tot stand die via de ABN-AMRO in 1997 is overgedragen aan de Fortis groep.

Belangrijk bankarchief

Het archief van de firma Hope & Co is 185 strekkende meter groot en omvat een periode van meer dan twee eeuwen. Het is een bijzonder belangrijke bron voor de geschiedenis van Amsterdam als centrum van de wereldgeldhandel in de achttiende eeuw. Sinds 1977 is het archief in bewaring bij het Stadsarchief Amsterdam. Het is een van de belangrijkste particuliere archieven in de collectie van het Stadsarchief.

Aandeel uitgegeven in Amsterdam ter financiering van de Louisiana Purchase, 1804

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<