Lenen aan vorsten

nr. 005077000002_001 In de achttiende eeuw werd er in Amsterdam vooral gehandeld in geld, in leningen. Het handelshuis Deutz verstrekte sinds de zeventiende eeuw leningen aan de keizerlijke familie. Het Stadsarchief bewaart een obligatie en oorkonde van een lening aan keizer Karel VI van Oostenrijk.

Keizerlijke lening

In 1733 begon keizer Karel VI van Oostenrijk geld te lenen bij de Amsterdamse bankier Willem Gideon Deutz. Als onderpand voor deze lening stelde de keizer de inkomsten van de domeinen in Silezië, in het huidige Polen.

Miljoenen

Willem Gideon Deutz leende de keizer tweeënhalf miljoen tegen een rente van zes procent. In 1736 volgde na het dalen van de rente een conversie: 3,5 miljoen tegen vijf procent aflossing na tien jaar met jaarlijks twintig procent rente. De lening werd verdeeld over vijf obligaties van 700.000,-, die door Vorsten en Standen van Silezië in vijf afzonderlijke oorkonden bevestigd werden.

Failliet

Na de dood van keizer Karel VI brak de Oostenrijkse successieoorlog uit, waarna Silezië aan de Pruisen werd toegewezen. Dat betekende het einde van de afbetaling op de lening. Deutz ging failliet.

Archief

De vijf obligaties en bijbehorende oorkonden kwamen na het faillissement van Deutz in het bezit van de Amsterdamse Wisselbank. In het archief bevinden zich nu nog slechts één obligatie en één bevestigingsoorkonde; de vier anderen zijn vermist. Het Stadsarchief Amsterdam wil ze graag terughebben.

Lening door Willem Gideon Deutz aan keizer Karel VI, 1736

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<