Poesje te Amsterdam

nr. 015030000013_003

Kinderboek

Dit negentiende-eeuwse kinderboek gaat over de ijdele poes Minette. Minette woonde op het platteland, maar vond zichzelf met haar Perzische afkomst en mooie witte vacht te goed voor de andere dorpskatten. Nadat Minette aan een Amsterdamse vriendin van haar baasje was gegeven, beleefde ze in de grote stad allerlei avonturen.

Grachtenpand

Minettes nieuwe baasje woont in Amsterdam in een groot huis 'op eene der voornaamste grachten'. Het poesje is verrukt over het prachtige grachtenpand: 'Het huis scheen haar een paleis in vergelijking van hare vroegere woning; overal vond zij zachte tapijten en gemakkelijke stoelen, en in den tuin bloeiden de mooiste bloemen.'

Poes in de grote stad

Minette vindt het erg deftig om een Amsterdamse kat te zijn. 'Dat leventje op het platte land, en dat verkeer met boerenkatten is toch niet voor iemand, die zoo beschaafd is als ik. Wat praatte moeder toch van ratten en muizen vangen? Kom, kom, dat is goed voor een dorpskat, maar een voorname Amsterdamsche poes kan zich daarmee niet afgeven.'

Wijze lessen

Minettes moeder geeft haar bij vertrek naar de grote stad nog wijze lessen mee, maar het poesje luistert er nauwelijks naar. Daarom komt ze in allerlei netelige situaties terecht. Het poesje leert zo haar lesje. En ook de lezertjes moeten deze les ter harte nemen: altijd goed naar je ouders luisteren.

Dit boek bevindt zich in de bibliotheek onder nummer 15030/78077.
Hoe poesje te Amsterdam ging door R. Koopmans van Boekeren, 1880

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<