Nijlpaardje

nr. 000395000002_003 Op deze tekening uit 1865 is het nijlpaardje Herman jr. in de Amsterdamse dierentuin Artis te zien. De tekenaar F.W. Zürcher maakte een hele serie potloodschetsen van het jonge nijlpaard. Ze worden allemaal bewaard in het archief van Artis.

Artis

Om de ‘kennis der natuurlijke historie’ te bevorderen, werd in mei 1838 het Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra – kortweg Artis – opgericht. De naam betekent: ‘de natuur is de leermeester van de kunst’. Het genootschap kocht een landgoed aan de Plantage Middenlaan om er dieren aan de gegoede burgers te kunnen laten zien.

Beestenspul

In het begin waren op het landgoed alleen papegaaien, wat aapjes en een Surinaamse boskat te zien, maar een jaar na de oprichting nam het genootschap het ‘reizende beestenspul’ van C. van Aken over. Daartoe behoorden de olifant Jack, zes leeuwen, een tijger, ijsberen, een zebra, een gnoe, een kangoeroe, en zelfs een boa constrictor. De dierentuin verwierf haar eerste nijlpaarden in 1860.

Voor een kwartje

De dierentuin was aanvankelijk alleen toegankelijk voor leden. Die moesten tien gulden contributie betalen. Later mochten mensen voor wie het lidmaatschap te duur was in september voor een kwartje naar binnen. Nog altijd hanteert Artis in september een speciaal tarief.

Uitbreiding

Artis groeide in de veertig jaar na de oprichting uit tot een dierentuin van ruim tien hectare. De dieren werden tentoongesteld in kleine hokken. Pas in 1997 kon Artis weer uitbreiden. Toen kwam het oude spoorwegemplacement aan de Plantage Doklaan bij de dierentuin. Dit nieuwe stuk, dat in 2002 openging, is voor een groot deel ingericht als een Afrikaanse savanne. Later zullen ook de tijgers, de leeuwen en de panters een ruimere behuizing krijgen. Na die uitbreiding zal Artis veertien hectare groot zijn.

Nijlpaardje in Artis, tekening door F.W. Zürcher, 1865

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<