Kooi van de visotter

nr. 010055000487 De Artis-otter die hier is afgebeeld bezette plaats 34 op de plattegrond van de nog jonge dierentuin. De kooi is mooi om naar te kijken en wordt overhuifd door een fraaie begroeiing, maar of het dier zich er gelukkig voelt is de vraag. Stilletjes zit hij bij het pierebadje waar hij het qua watervoorziening mee moet doen. HOLLAND LUTRA VULGARIS zegt het bordje, ter verduidelijking: VISCH OTTER. Een inheemse otter dus die in de negentiende eeuw in het wild nog ruim voorhanden was.

Artis

In het expanderende Amsterdam van de negentiende eeuw was Artis een belangrijke uitgaansgelegenheid. Eerst voor de elite maar later ook voor de gewone man. Gerard Westerman legde in 1836 aan koning Willem I het plan voor om naast de oude Hortus Botanicus een leerzame diergaarde aan te leggen. Twee jaar later werd Artis Natura Magistra gesticht, een genootschap ter bevordering 'der natuurlijke historie op een aangename en aanschouwelijke wijze'.

Succes

Vrijwel vanaf het begin was Artis, eerst nog als besloten genootschap, een succes. In 1841 waren er al honderd leden, in 1852 bijna 2500, vijf jaar later 3500. Vanaf 1841 konden ook vrouwen donateur worden en op bepaalde dagen konden ‘ambachtslieden en minvermogenden' tegen een gereduceerd tarief de dierentuin bezoeken.

Otterstand

Otters zijn behendige duikers en snelle zwemmers die om hun concurrentie bij de visvangst fel bejaagd werden. Het huidige Artis heeft geen inheemse otters meer, alleen uit een ver warm land geïmporteerde dwergotters die hun verblijf hebben in het Kleine Zoogdierenhuis. Mét een redelijke zwemgelegenheid, dat wel.

De kooi van de visotter in Artis, tekening door Augustus Knip, ca. 1850

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<