Katten en ratten

nr. image De scheepskat was een vertrouwd verschijnsel op de koopvaardijvaart. Maar tijdens sommige zeereizen weigeren de dieren dienst, zo lezen we in deze getuigenverklaring (attestatie) van twee zeemannen.

Schade

Scheepskatten waren vooral benedendeks actief. Ze moesten zowel de voorraden van de opvarenden als de hoofdlading beschermen tegen ongedierte, zoals ratten en muizen. Ook de scheepsconstructie kon schade lijden door knaagdieren. Een schip zonder katten was al gauw vergeven van de ratten, zo klaagde een achttiende-eeuwse reiziger. Als beloning kregen de viervoeters weleens restjes voedsel uit de kombuis; water hadden ze slechts mondjesmaat nodig. Katten konden bovendien zonder vitamine C, terwijl menselijke opvarenden risico op scheurbuik liepen.

Amusement

Dat de dierlijke aanwezigheid aan boord ook voor amusement zorgde, blijkt bijvoorbeeld uit een scheepsjournaal van VOC-schip de Amsterdam. De papegaai van de barbier imiteerde de scheepskat, tot plezier van de bemanning. Matrozen maakten ook kattenspeeltjes van musketballen en twijn, incidenteel fabriceerde een zeeman zelfs een hangmatje voor vermoeide scheepskatten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog groeiden enkele scheepskatten uit tot helden. Zoals ‘onzinkbare Sam’, een Duitse scheepskat die drie schipbreuken overleefde.

‘Drij levendige katten’

De hoogbootsman en een bootsgezel uit deze notariële akte getuigden dat ze in 1648 met het schip de Fortuin uit Malaga waren aangekomen in Amsterdam. Hun kapitein was Jochem Douke, een man uit Lübeck. In deze periode, kort voor de Vrede van Münster, voeren tientallen Duitse kapiteins namens Amsterdamse reders en bevrachters op Spanje, dat officieel immers nog in oorlog was met de Republiek. De zeelieden van de Fortuin hadden ‘drij levendige katten’ aan boord meegenomen. Zij moesten schade aan de lading door ratten voorkomen. Bij het lossen bleken de knaagdieren toch enkele tonnetjes rozijnen uit Malaga verschalkt te hebben.

Rozijnen

Ook op koopvaardijschip de Meermin hadden, in 1639, de ratten toegeslagen. De hoogbootsman verklaarde op verzoek van een — wederom Duitse — schipper uit Malaga te zijn gekomen met wijn, olie, siroop en rozijnen. Ondanks de aanwezigheid van zes scheepskatten aan boord bleken 31 korven rozijnen te zijn aangevreten door de ratten (Archief 5075, inv.nr. 1555A/641, attestatie 30-5-1639).

Verklaring van bemanning van het schip de Fortuin, 17 maart 1648

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<