Abattoir

nr. 010062000567 Vanaf 1892 moesten beesten in Amsterdam geslacht worden in een abattoir. Voor die tijd gebeurde dat overal in de stad. Het eerste abattoir stond aan de Veelaan. Op deze tekening van Harry Visser uit 1967 is te zien hoe een slager zijn bijl zet in een aantal runderen.

Stank

Langer geleden werden dieren geslacht in één van de vijf officiële vleeshallen. In de negentiende eeuw raakten deze in onbruik en werd er overal in de stad geslacht: aan huis of zelfs langs de openbare weg. Dit leverde veel lawaai, stank en afval op, zodat in 1892 aan de rand van de stad langs de Cruquiusweg een abattoir werd gebouwd. Alle Amsterdamse slagers moesten voortaan hier hun vee laten slachten. Sinds 1887 werd hier ook de Veemarkt gehouden.

Slachtafval

De meeste dieren kwamen per goederentrein of over het water aan bij het abattoir. Langs deze wegen werd ook het slachtafval afgevoerd. Er waren aparte stallen voor koeien, paarden, kalfjes, schapen en varkens. Eromheen stonden verschillende gebouwen in chaletstijl, waarvan het poortgebouw en de kantine nog steeds te bezichtigen zijn.

Huurwoningen

In 1974 was er voor de allerlaatste keer een veemarkt. Tien jaar later werd ook het abattoir gesloten. Daarna verhuisden de markt en het slachthuis naar Amsterdam West. Op het voormalige abattoirterrein zijn sociale huurwoningen gebouwd.

Koeien in het abattoir aan de Veelaan, tekening door Harry Visser, 1967

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<