Spinoza in de ban

nr. 000334000001_002 Op 27 juli 1656 werd Spinoza uit de joodse gemeente verbannen, wegens ‘vreselijke ketterij’. De ban van Spinoza staat opgetekend in het Escamoth, het register van besluiten en reglementen van de joodse gemeente Talmud Tora, die in 1639 ontstond door samenvoeging van drie eerdere gemeenten.

Baruch d'Espinoza

De filosoof Baruch d’Espinoza, oftewel Spinoza, werd in 1632 in Amsterdam geboren. Zijn vader was een Portugees-joodse handelaar, met een aanzienlijk positie binnen de Portugese gemeente. Omdat alle overgeleverde werken van Spinoza dateren van na de ban, is niet helemaal duidelijk waarom hij uit de joodse gemeente verbannen werd.

Joden in Amsterdam

In de zeventiende eeuw zochten veel joden hun toevlucht tot Amsterdam, waar een grote mate van godsdienstvrijheid bestond. Uit Portugal kwamen de Sefardische joden, die in eigen land leden onder de vervolgingen van de inquisitie. Daar kwamen nog duizenden Hoogduitse of Asjkenazische joden bij, op de vlucht voor de pogroms in Duitsland en Polen.

Vreselijke ketterijen

De ban stelt dat Spinoza zich aan vreselijke ketterijen en andere verschrikkelijke daden heeft overgegeven. Pogingen om hem van het slechte pad af te brengen zijn mislukt. Daarom wordt Spinoza uit het volk van Israël gestoten. Niemand mag meer met hem omgaan, spreken of communiceren, of zelfs maar in zijn buurt zijn. Spinoza’s geschriften mogen niet meer gelezen worden.

Banvloek

In het register van het Escamoth staan meer gevallen van bestraffing met de ban, die gebruikt werd bij allerlei overtredingen tegen de reglementen van de gemeente, de voorschriften van de bestuurders of de joodse wetten, hoewel niet altijd de letterlijke tekst van de ban (Herem) gebruikt wordt.

Escamoth van de joodse gemeente Talmud Tora met de banvloek over Spinoza, 1656

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<