Fiets Anne Frank gestolen

nr. 005225000126_001

De fiets van Anne Frank

Op 14 april 1942, om tien minuten over drie, doet Anne Frank aangifte van diefstal van haar fiets, gepleegd op de voorgaande dag tussen twaalf en twee uur. Hij stond voor haar huis op het Merwedeplein 37. Met andere aangiften – vijf van fietsendiefstal en één van diefstal van sieraden – staat Annes aangifte van de diefstal van haar fiets op een velletje dat de dienstdoende agent heeft uitgetypt en ingeplakt in het verder met de hand geschreven rapportenboek van politiebureau Pieter Aertszstraat.

De diefstal in het dagboek

Op 24 juni 1942 klaagt Anne in haar dagboek dat ze in de zomerhitte moet lopen omdat joden niet meer in de tram mogen en haar fiets in de paasvakantie gestolen is: 'Ik wou dat ik niet naar school moest, m’n fiets is in de paasvakantie gestolen en die van moeder heeft vader bij christelijke kennissen in bewaring gegeven. Maar gelukkig nadert de vakantie met rasse schreden, nog een week en het leed is geleden.'

Onderduiken

Op 6 juli 1942 moet de familie Frank onderduiken in het achterhuis van het bedrijf van vader Otto Frank. Anne blijft in haar dagboek schrijven. In augustus 1944 worden de onderduikers gearresteerd en gedeporteerd. Anne Frank komt via de kampen Westerbork en Auschwitz in het kamp Bergen-Belsen terecht. Daar sterft zij, waarschijnlijk in februari 1945.

Vernietigen

Van alle stukken die een overheidsdienst maakt of ontvangt wordt na verloop van een aantal jaren circa negentig procent vernietigd omdat het niet van juridisch of historisch belang is. Om te beslissen wat er wel en wat niet bewaard moet worden van de overheidsadministratie zijn landelijke selectielijsten opgesteld. De dagrapporten van de politiebureaus horen tot de archiefstukken die gewoonlijk worden vernietigd. Maar voor stukken uit de Tweede Wereldoorlog is een uitzondering gemaakt. Uit deze periode wordt niets vernietigd.

Aangifte van fietsendiefstal door Anne Frank, 1942

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<