Vrouwtje Nathan

nr. image De eerste uit Portugal en Spanje afkomstige, Sefardische Joden vestigden zich rond 1600 in Amsterdam op de nieuwe kunstmatige eilanden Uilenburg, Vlooienburg, Rapenburg en Valkenburg/Marken. Later kwamen er ook Asjkenazische Joden in de buurt wonen, dikwijls arme migranten uit Centraal- en Oost-Europa. In de achttiende eeuw woonden de welgestelde Joodse Amsterdammers op de oostelijke grachten, terwijl de overgrote meerderheid (circa twintigduizend mensen) onder armoedige omstandigheden in krotten en pakhuizen op de werkeilanden bleven wonen.

Dronken wijntapster

Een van de inwoners van de Jodenbuurt was Vrouwtje Nathan (circa 1710-1795). Ze was getrouwd met de wijntapper Philip Hartog Bromet‏, met wie ze een zoon en twee dochters had, en woonde aan de ‘Joden Houttuinen’ op Uilenburg, ongeveer ter hoogte van het huidige gebouw voor de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Na het overlijden van haar man, in 1748, nam Vrouwtje Nathan de wijntapperij over, maar ze kon helaas zelf niet van de drank afblijven. Dikwijls was ze dronken en ze begon haar kinderen te verwaarlozen: ze liet hen ‘met gescheurde klederen’ lopen en hongerlijden. Als Vrouwtje Nathan ’s avonds uit drinken ging, liet ze de kinderen in het donker achter, ‘zonder vuur of ligt’. Oudste dochter Giertge Philips kreeg een pak slaag, toen ze eens om geld vroeg voor zeep of stijfsel om de kleren te wassen.

Vervuild putwater

Ook gaf Vrouwtje Nathan haar kinderen bedorven, stinkend voedsel te eten. In de zomer van 1749 kookte ze het eten in vervuild putwater waarvan haar kinderen ziek werden. Een buurtbewoonster die Vrouwtje Nathan op haar verantwoordelijkheden als ouder wees, kreeg als antwoord: ‘Laaten myn kinderen na den donder lopen’. Tot overmaat van ramp verwaarloosde ze ook de wijntapperij: ze betaalde haar leveranciers niet meer, waardoor ze geen pijpen, flessen, glazen, siroop en andere benodigdheden meer ontving. De klanten bleven weg en de nering ‘verliep’.

Goede afloop

Een familielid van haar overleden man deed als executeur testamentair en voogd van de kinderen een boekje open over het tragische huishouden van Vrouwtje Nathan. Bij de notaris liet hij de hiernaast afgebeelde verklaring afleggen door Samson Jacobs en Adam Jacobi, twee commensalen, Heijman Philips, een vriend die dagelijks langskwam en als dagloner in de tapperij werkte, en David Jacobs, eveneens dagloner. Ook Parle Samuel Rees, de vrouw van de schoolmeester van de kinderen, legde een getuigenis af. Op 16 augustus 1750 bevestigden ze hun getuigenis voor de schepenen met een eed. Na deze ‘interventie’ kwam het toch goed met Vrouwtje Nathan en haar gezin. In 1755 bestond haar wijntapperij nog altijd en haar beide dochters raakten aan de man. In 1785 trouwde ook de oudste zoon, met een Joods meisje uit Den Haag. Vrouwtje Nathan begeleidde hem naar het stadhuis.

Verklaring over Vrouwtje Nathan en haar gezin, 15 augustus 1750

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<