Vondelingen

nr. 000343000002_001 Anonieme vondelingen kregen in het weeshuis een naam. De achternaam werd vaak ontleend aan de plaats waar het kind te vondeling was gelegd: Keijzer op de Keizersgracht, Toorn voor de torendeur van de kerk en Sleutel voor brouwerij De Sleutels. Eind achttiende eeuw verveelvoudigde het aantal vondelingen. In deze tijd zie je soms reeksen van dezelfde soort namen. Zo kregen de kinderen in het voorjaar van 1823 vogelnamen: Arend Eend, Johan Godtvriet Gans, Johannes Rijger, Wilm Zwaluw, Jansie Wilhelmina Valk, Jacob Kanarie, Evert Vink, Laurens Mees, Willem Patrijs, Annatje Moerhaan.

Leeftijd, kleding en vindplaats

Vanaf 1811 werd er bij de opname van een vondeling een formulier ingevuld door de portier van het weeshuis met daarop geslacht, leeftijd, vindplaats, kleding en eventueel naam en bijzonderheden. Voordien gebruikte men registers voor de inschrijving.

Aalmoezeniersweeshuis

In het Aalmoezeniersweeshuis kwamen de allerarmste kinderen terecht. De kinderen kregen onderwijs in het weeshuis zelf. Op hun vijftiende jaar werden jongens bij een baas in de leer gedaan. Meisjes bleven tot hun achttiende en maakten kleding voor de verkoop en voor de bewoners van het weeshuis. In 1824 is het weeshuis opgeheven. De wezen werden toen naar veenkoloniën in Drenthe gestuurd.

Inschrijfformulier in het Aalmoezeniersweeshuis voor Jacob Kanarie, 1823

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<