Markt in de Jodenbuurt

nr. 010097005304 Een ets van een markttafereel in de Jodenbuurt door Max Liebermann, uit 1908. De vooroorlogse Jodenbuurt bevond zich rond het Waterlooplein. Arme joden werkten er voornamelijk in de handel in vis, fruit, zuur, tweedehands kleding en lompen. Liebermann heeft de buurt en haar bewoners vaak getekend en geschilderd.

Max Liebermann

De impressionistische kunstenaar Max Liebermann werd in 1847 geboren in Berlijn als zoon van een Joodse textielfabrikant. Hij volgde een opleiding aan de academie van Weimar. In 1871 kwam hij voor het eerst in Nederland. Veertig jaar lang bracht hij de zomermaanden hier door en ontmoette hij vrienden en collega’s, onder wie Jozef en Isaac Israels en Jan Veth. Hij verbleef op het platteland — in Laren en Dongen — en in de vissersdorpen aan de Noordzeekust, op het strand en ook in Amsterdam. Vanaf 1920 was Liebermann voorzitter van de Pruisische Academie in Berlijn. In 1933 moest hij na de machtsovername door de nazi’s zijn functie als voorzitter neerleggen. Hij stierf in Berlijn in 1935.

Jodenhoek

Liebermann tekende en schilderde het liefst het ‘gewone volk’. Tijdens zijn eerste jaren in Nederland maakte hij studies van de Amsterdamse Jodenhoek. Dertig jaar later, van 1905 tot 1909, maakte hij daar opnieuw schetsen; omdat men altijd bij zijn eerste liefde terugkeert, zo schreef hij aan een vriend. Het werken in de Jodenbuurt ging niet zo makkelijk. Joden laten zich niet graag tekenen, en ook met geld zijn ze niet te temmen, bekende Liebermann in die periode aan een collega-kunstenaar. Liebermann was een welgesteld man. Zijn welvarende verschijning wekte misschien wrevel op bij de mensen op de markt.

De markt

Op de ets loopt een vrouw achter een handkar. De mensen die met handkarren liepen behoorden tot de allerarmste joden. Arme joden werkten op het Waterlooplein en omgeving in de handel in vis, fruit, zuur, tweedehands kleding en vodden. De joodse tradities bepaalden de markt. Er werd bijvoorbeeld veel vis verkocht, want op maandag en donderdag aten orthodoxe joden geen vlees. Op die dagen werd er vis gegeten. Op vrijdag sloot de markt, om op zondag weer open te gaan. De Tsjechische journalist Egon Erwin Kisch schreef bij zijn bezoek aan de markt in 1934: 'Op vrijdagmiddag breekt Israël zijn tenten af, de palen, dekzeilen, kisten en de onverkocht gebleven spullen worden of op handkarren weggebracht (…) of varen over het water heen.'

Voorbij

De Jodenbuurt die Liebermann afbeeldde bestaat niet meer. In de Tweede Wereldoorlog zijn de bewoners voor het grootste deel gedeporteerd en vermoord. De leeg achtergebleven huizen zijn in de Hongerwinter totaal gestript voor brandhout. In de jaren zestig van de vorige eeuw heeft de buurt, na sanering en aanleg van nieuwe infrastructuur, een geheel ander aanzien gekregen.

Markttafereel in de Jodenbuurt, ets door Max Liebermann, 1908

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<