922: Archief van de Familie Luden en Aanverwante Families

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

922

Periode:

1611 - 1984

Inleiding

Geschiedenis van de familie Luden

De stamvader van de Amsterdamse familie Luden was Johan Luden, geboren te Bergen in Noorwegen in 1668. Hij vestigde zich aan het eind van de zeventiende eeuw als stokviskoopman in de Zandstraat te Amsterdam. De stokvisnegotie werd voortgezet door zijn twee zonen en kleinzoons, die ook een assurantiebedrijf voerden. In de loop van de achttiende eeuw waren verschillende leden van deze familie werkzaam als commissarissen van de Wisselbank en het accent van hun activiteiten werd verlegd naar de geldhandel. De generaties die daarop volgden (1860 1940) hielden zich primair bezig met het bankvak, onder meer bij de firma's Hope & Co. en Van Loon & Co. In de negentiende eeuw vertrokken meerdere leden van de familie naar landgoederen rond Doorn en Overveen. Omstreeks 1950 werd een aantal van deze gebieden weer verkocht, onder andere aan de gemeenten Doorn en Bloemendaal. Van de drie zonen uit de laatste generatie (1890 1960) bleven er twee ongetrouwd. De derde verdronk in de Noordzee met achterlating van een zoontje, die op twaalfjarige leeftijd overleed aan tuberculose. Hierdoor stierf de familie Luden in 1968 uit.

Geschiedenis van de familie Luden per generatie.

Jacob Luden (1703 - 1784) en Hendrik Luden (1709 - 1752)

De beide broers Jacob en Hendrik Luden handelden gezamelijk in stokvis. Hendrik was tevens overman van het stokviskopersgilde. Na het overlijden van Hendrik trouwde diens weduwe Catharina Hedwig Lubekker in 1754 met Jurriaan Bartelse. Hij zette de zaken van Hendrik voort. In 1778 gingen Jurriaan en twee zonen van Hendrik, Johannes en Petrus, een compagnieschap aan in de stokvishandel 'De firma Bartelse en Luden relatief tot de negotie'. Daarnaast had Jurriaan nog een assurantiebedrijf. Na het overlijden van Jurriaan in 1779 werden de pakhuizen Bergen, Finmarken en Drontheim, waarin de firma was gevestigd, en alle gereedschappen behorende tot de negotie toebedeeld aan Johannes en Petrus. De pakhuizen Geloof, Hoop en Liefde op de Prinsengracht waren eigendom van Jacob Luden. Hij kocht deze voormalige brouwerij 'De Drie Schulpen' op de Prinsengracht in 1753 en verbouwde het complex tot de drie bovengenoemde pakhuizen. Hij bezat ook zes pakhuizen op het Rapenburg.

Na zijn overlijden kreeg zijn oudste zoon Johannes de pakhuizen Geloof en Hoop en de buitenplaats Vreedeveldt. De tweede zoon Dirk verwierf onder meer het pakhuis De Liefde en het oude woonhuis op de Keizersgracht 105, dat Jacob Luden in 1762 had gekocht. In 1801 kocht Johannes het pakhuis De Liefde van zijn broer Dirk. Johannes en Petrus Luden traden op als executeur-testamentair van Jurriaan Bartelse.

Johannes Luden Hendriksz (1739 1794) en Petrus Luden (1749 1822)

Johannes Luden Hendriksz was onder meer reder en koopman op de West, assuradeur bij de firma Luden & Speciaal, later Luden & Co., overman van het stokviskopersgilde en commissaris van de Wisselbank, de voornaamste 'bank' ten tijde van de Republiek. Johannes was tevens een der directeuren van de lijnbaan 'Het groote Speeljacht', opgericht in 1767. Deze lijnbaan werd in 1808 geliquideerd. Andere lijnbanen die hij in eigendom had waren 'Het huis van Egmond' en 'Het schild van Frankrijk'. Hij trouwde in 1763 met Catharina Speciaal, dochter van Hendrik Speciaal en Maria Johanna de Visscher. Zij was de kleindochter van Jacob Speciaal, koopman en assuradeur, schepen en later burgemeester te Oostzaan. Twee jaar na het overlijden van zijn vrouw trouwde Johannes in 1778 met Margareta Martina Dibbetz, dochter van Margaretha Smit en Frederik Dibbetz, die onder meer bankier was bij de firma Fred. Dibbetz & Zoon. Johannes overleed in 1794. In 1797 werd de Compagnieschap in de stokvishandel 'Bartelse & Luden' gescheiden en verdeeld, waarbij Petrus Luden werd aangesteld tot beheerder van de pakhuizen met de restrictie om over het gevoerde bewind jaarlijks verantwoording af te leggen aan de erfgenamen. Pas in 1810 werd zijn nalatenschap finaal gescheiden en gedeeld.

Zijn broer Petrus begon op dertienjarige leeftijd bij het comptoir van Theodore Passalaique & Zoon. Na een leerperiode van zeven jaar nam hij het besluit om voor zichzelf te beginnen en hij verzocht om een veniam aetatis. Hij trouwde in 1774 met Dorothea Mathilda Hemmij, dochter van Johan Coelestinus Hemmij en Magtilda Vergeel. In 1780 werd Petrus procuratiehouder van de firma 'Johannes Vergeel & Co.', deze firma werd geleid door zijn schoonmoeder. Petrus en Dorothea Mathilda hadden een kind, een jong gestorven zoon Johannes (12 juni 1776 - 2 december 1776), en lieten bij hun dood geen nakomeling na. Jurriaan Bartelse, Jacob Speciaal, Jacob Luden Hendriksz, Petrus Luden en Hendrik Luden werden aangesteld tot executeur-testamentair van Johannes Luden Hendriksz. Stukken betreffende zijn nalatenschap zijn te vinden bij zijn broer Petrus Luden en zijn zoon Jacob Hendrik Luden.

Jacob Hendrik Luden (1765 1838)

Jacob Hendrik was bankier, hij had zijn eigen onderneming de 'Firma Jacob Hendrik Luden & Zoonen', hij was lid van de Raad van Amsterdam en commissaris van de wisselbank. Hij trad veelvuldig op als executeur-testamentair. Jacob Hendrik woonde aanvankelijk op de Keizersgracht bij de Reguliersgracht, later verhuisde hij naar de Herengracht. Hij trouwde in 1790 met Susanna Anthonia Luden, een volle nicht, dochter van Johannes Luden Jacobsz en Maria van den Bergh. Jacob Hendrik trouwde in 1809 met Maria Luden eveneens een volle nicht en dochter uit het tweede huwelijk van Dirk Luden en Elisabeth van Heyningen. Hij had in totaal negen kinderen, vijf uit het eerste en vier uit het tweede huwelijk. Maria Luden overleed op 42-jarige leeftijd in het kraambed, na de geboorte van het 'nakomelingetje' Hendrik, hun vierde kind. Jacob Hendrik maakte enige reizen, onder andere naar Engeland. Veel stukken van persoonlijke aard heeft hij ons echter niet nagelaten. Het grootste gedeelte van het archiefmateriaal dat aan hem kan worden toegeschreven zijn de stukken die hij heeft opgemaakt en ontvangen als executeur-testamentair. Zijn executeur-testamentair was Johannes Luden (zijn oudste zoon).

Johannes Luden (1792 1868) en Hendrik Luden (1796 1815)

Al op zeventienjarige leeftijd kreeg Johannes Luden de gelegenheid om op reis te gaan. In 1809 begon hij aan zijn 'Grand Tour' en vertrok naar Duitsland, Zwitserland en Italië. Tussen 1811 en 1813 reisde hij door Rusland. Hij kwam gedurende zijn reizen veelvuldig in contact met bankiers. Johannes Luden wilde het zakenleven echter nog niet in. Hij hoopte op een carrière als diplomaat of een militaire loopbaan. Na zijn terugkomst in het vaderland trad hij gedwongen toe in Napoleons Garde d'Honneur. In 1815 werd Johannes aangesteld tot kapitein bij de Amsterdamse schutterij. Hij werkte vervolgens enige tijd als volontair bij een Parijse bankier en samen met zijn broer Jacob Johannes werkte hij als volontair op het kantoor van Rene Beerenbroek. Hij studeerde rechten in Utrecht en Luik. Johannes trouwde in 1823 met Anna Catharina Duker, dochter van Petrus Gerardus Duker en Anna Catharina Boode. Hij verwierf via de familie van zijn vrouw de plantage Cornelia Ida te Demarara (gelegen in het huidige Guyana), waar Petrus Gerardus Duker fiscaal en auditeur militair was. In 1829 kocht hij een huis op de Herengracht (nr.527). Op 18 maart 1830 promoveerde hij op een proefschrift over de legitieme portie en de wijze om deze op te eisen. Een juridische loopbaan werd het echter niet. Johannes werd benoemd tot kolonel en ingedeeld bij de tweede afdeling van het tweede bataljon schutters van Noord-Holland. Op 4 augustus 1831 trok hij ten strijde tegen de Belgen in de Tiendaagse Veldtocht. Hij werd benoemd tot ridder in de Militaire Willemsorde en in 1832 ontving hij het Metalen Kruis ter herrinering aan de veldtocht.

Johannes werd in 1835 aangesteld tot commissaris van de Nederlandsche Handel Maatschappij en in 1836 benoemd tot direkteur van de Nederlandsche Bank, opgericht in 1814 door Willem I. Deze functie heeft hij pas in 1862 neergelegd. Johannes was tevens lid van de Raad van Amsterdam en lid van Provinciale Staten van Noord-Holland. Als adjudant des konings is hij aanwezig geweest bij de inhuldiging van koning Willem II.

Zijn broer Hendrik overleed al op negentienjarige leeftijd te Brussel. Hij was Luitenant bij de Carabiniers. De nalatenschap van Hendrik Luden werd afgewikkeld door zijn vader Jacob Hendrik Luden. De nalatenschap van Johannes Luden werd afgewikkeld door zijn zoon Hendrik Lodewijk Maurits Luden.

Hendrik Lodewijk Maurits Luden (1828 1903)

Evenals zijn vader Johannes Luden studeerde Hendrik Lodewijk Maurits, ook genoemd Maurice, rechten in Utrecht. Hij behaalde zijn doctoraal in 1851 en werd in 1856 benoemd tot rechter bij het kantongerecht te Amsterdam. Hij woonde met zijn vrouw, Marie Louise Craeyvanger, en hun vier kinderen in het ouderlijk huis, op de Herengracht 527. Het gezin verhuisde in 1874 naar de Herengracht 498. Hendrik Lodewijk Maurits was commissaris van de Nederlandsche Bank en van de Nederlandsche Handelmaatschappij. In 1890 werd het kantoor 'The Cornelia Ida Estate Company ltd.' opgericht, welke zich bezig hield met de exploitatie van suikerplantages te Demarara. Hendrik Lodewijk Maurits was administrateur van dit kantoor. Hij overleed in 1903 en zijn nalatenschap werd afgewikkeld door zijn twee zonen Johannes en Emil, maar stukken betreffende de afwikkeling van zijn nalatenschap zijn alleen te vinden onder Johannes Luden.

Johannes Luden (1857 1940) en Emil Luden (1863 1942)

Ook Johannes studeerde rechten in Utrecht. Hij promoveerde in 1879 bij J.A. Fruin op de dissertatie 'Het onvolledig endossement en de procuria wissel'. Zijn belangstelling voor de geldhandel bleek al eerder uit een aantal verhandelingen van zijn hand over de ontwikkeling van het bankwezen en de geldhandel in Amsterdam. In 1880 promoveerde hij bij J. de Louter op stellingen in de staatswetenschap. Na zijn studie was hij korte tijd werkzaam als advocaat in Amsterdam. Hij verliet de advocatuur en ging als ambtenaar werken bij De Nederlandsche Bank, waar hij vanaf 1906 commissaris werd. In 1885 werd Johannes waarnemend directeur van de Rente Cassa, in 1889 lid van de firma Van Loon & Co. en in 1897 trad hij toe tot de firma Hope & Co.

Johannes had veel nevenfuncties. Hij was commissaris van de Nederlandsch-Indische Handelsbank, de Associatie Kas, de Rente Cassa, de Nederlandsche Petroleum Maatschappij, de cultuurmaatschappij Ngredjo en van de North Western & Pacific Hypotheekbank. Hij was enige tijd lid van de gemeenteraad in Bloemendaal en werd gevraagd voor het voorzitterschap van het Nationaal Comite van Actie tegen het verdrag met België. Hij trouwde in 1882 met Mathilde Wilhelmina Johanna Jacoba van der Vliet, een dochter van David van der Vliet en Johanna Jacoba Borski. Johannes woonde met zijn vrouw op de Herengracht 460, dit was het huis dat eerder door David van der Vliet werd bewoond. In 1898 verhuisde het echtpaar met hun vier kinderen naar het landgoed Koningshof in Overveen, ook afkomstig uit de enorme bezittingen van de familie van der Vliet. Tot deze bezittingen behoorde eveneens het ouderlijk huis van Mathilda 'Duinlust' en de grote buitenplaats Elswout, beide gelegen in Overveen. Duinlust werd na de dood van Johanna Jacoba van der Vliet-Borski bewoond door haar zoon Emil. Johannes Luden werd benoemd tot zijn curator. Elswout werd in 1805 door Willem Borski verworven. Na de dood van Johanna Jacoba van der Vliet-Borski kwam Elswout in het bezit van de erven Van der Vliet en in 1950 ging de buitenplaats over naar de erven Luden. In 1958 werd Elswout verkocht aan de gemeente Bloemendaal en in 1970 verwierf de Staat der Nederlanden het eigendom.

Emil Luden was president commissaris van het college van commissarissen van de Deli-Batavia Maatschappij en de Deli-Batavia Rubber Maatschappij, hij was voorzitter van de erfgooiers gemeenschap Stad en Lande van Gooiland en van de raad van administratie der maatschappij voor waterleidingen. Voorts werkte hij mee aan de oprichting van de Electrische Spoorweg Maatschappij, de Maatschappij tot exploitatie van waterleidingen in Nederland en de petroleummaatschappij Moeara Enim. Hij was direkteur van de petroleum maatschappij Maesi Hir. Hij trouwde te Londen in 1887 met Annie Lilian Warburton Stent en het echtpaar kreeg vier kinderen. Het gezin woonde in Hilversum in Huize Spijkerpolder. Executeur testamentair van Johannes Luden was Jan Anton Willem Luden (zijn zoon) Hendrik Luden (1885 - 1924) en Jan Anton Willem Luden (1891 - 1962)

Hendrik Luden trouwde in 1916, aanvankelijk zeer tegen de zin van zijn familie, met de amerikaanse Elizabeth Adelaide Cannon. Het echtpaar kreeg een zoontje, Jacky, die op jonge leeftijd aan tuberculose overleed. Hendrik verdronk op 39 jarige leeftijd in de Noordzee. Zijn weduwe hertrouwde Edgar W. Leonard. Zij zette zich onder ondere in voor de tuberculosebestrijding en was betrokken bij de in 1930 opgerichtte Johannes Hendrik Luden Stichting die tot doel had de bestrijding van tuberculose.

Jan Anton Willem bleef ongetrouwd. Hij woonde tot aan zijn dood in het ouderlijk huis Koningshof te Overveen.

Geschiedenis van het archief

Op 6 september 1984 werd het familiearchief Luden officieel aan het Gemeentearchief van Amsterdam geschonken door mevrouw Nancy de Jong Schouwenburg Brandt. Het archief Luden werd binnengebracht verdeeld over vier kisten, enige dozen en een blikken trommel. Op 25 februari 1985 volgde een aanvulling op het archief, onder meer bestaande uit foto's van allerlei leden van de familie Luden, documentatie over mevr. Elisabeth Adelaide Leonard-Cannon, eerder weduwe van Hendrik Luden en documentatie over de sleepboot 'Luden'. Bij deze schenking was inbegrepen een aantal stukken betreffende de Onderlinge Brandwaarborgmaatschappij de Jong & Co. die een plaats zullen krijgen in het al eerder in bewaring gegeven archief van mr. J.W. de Jong Schouwenburg. In 1987 droeg mevrouw Nancy de Jong Schouwenburg-Brandt een aantal stukken betreffende de firma Hope & Co over. Deze stukken konden niet in het 'Hope archief' worden ondergebracht en werden daarom in deze inventaris opgenomen onder de rubrieken 'Stukken waarvan het verband met het archief niet kon worden aangetoond' en 'Verzamelde en aan het archief toegevoegde stukken'.

Het archief omvat de periode (1611) 1750 1971 (1984). Er werden geen stukken uit vernietigd en de omvang van het archief bleef zowel voor als na inventarisatie omstreeks vier meter.

De correspondentie die de schenkster mevrouw De Jong Schouwenburg-Brandt met verschillende personen en instanties heeft gevoerd, onder meer om informatie te geven of om meer informatie te krijgen over leden van de familie Luden, is te vinden in het archief van de familie De Jong Schouwenburg.

Verantwoording van de inventarisatie

Korte karakterschets van het archief

Het familiearchief Luden wordt gekenmerkt door de grote hoeveelheid notariële en onderhands opgemaakte akten, stukken die oorspronkelijk zijn bewaard omwille van het rechtsgeldig bewijs van het daarin vermelde.

Het is opvallend dat meerdere archiefvormers, waarvan Jacob Hendrik Luden het meest sprekende voorbeeld is, op grote schaal hun diensten hebben verleend als executeur-testamentair. Deze dienstverlening werd niet alleen uitgevoerd voor verwanten. Voor deze werkzaamheden werd de persoon in kwestie betaald door de erfgenamen.

Basisschema van het archief

Stukken van afzonderlijke leden van de familie Luden

Stukken van afzonderlijke leden van aanverwante families

Stukken betreffende vererfde bezittingen

Beeldmateriaal

Verzamelde en aan het archief toegevoegde stukken

Stukken waarvan het verband met het archief niet kon worden aangetoond

Archiefschema per persoon

Stukken opgemaakt en ontvangen in prive-kwaliteit

Stukken van algemene aard

Stukken betreffende bijzondere onderwerpen

Persoonlijk en gezinsleven

Financiën en eigendommen

Studie en wetenschapsbeoefening

Carrière

Stukken opgemaakt en ontvangen als executeur-testamentair, erfgenaam en/of voogd

Stukken ambts- en beroepshalve opgemaakt en ontvangen

De archiefbescheiden die zijn opgemaakt en ontvangen door leden van de familie Luden en de stukken die zijn opgemaakt en ontvangen door leden van aanverwante families zijn per generatie en per echtpaar ingedeeld. Man en vrouw zijn hierbij opgevat als archiefvormers. De oude, historisch gegroeide structuur van dit archief gaf aan dat de vrouw haar eigen administratie bijhield, een ordening aanbracht in de ontvangen brieven, het voor haar bestemde exemplaar van de akte van huwelijkse voorwaarden bewaarde, etcetera. Soms gaf ze leiding aan haar eigen onderneming waarvoor zij een handlichting verkreeg. Soms was ze ongetrouwd. Stukken die zowel betrekking hebben op de echtgenoot als op de echtgenote zijn gerangschikt onder de man, die in deze inventaris als archiefvormer vooraf gaat aan de vrouw.

Per archiefvormer zijn de stukken binnen elke subrubriek chronologisch geordend. Niet gedateerde stukken zijn achteraan geplaatst. Verder is bij de plaatsing van stukken met verschillende data uitgegaan van de oudste datum (bijvoorbeeld: 1750 1760 wordt geplaatst voor 1755 1758). Stukken die wel een datum hebben gekregen maar waarvan het jaartal onvermeld is gebleven, worden onderscheiden van stukken die in het geheel geen datering bezitten (Z.j., z.d.) Het archiefschema per persoon is onderverdeeld in drie subrubrieken. Als kriterium voor de rangschikking van archiefbescheiden in een dezer subrubrieken is vastgehouden aan de kwaliteit waarin de archiefvormer optreedt. De 'Stukken opgemaakt en ontvangen in prive-kwaliteit' bevat de stukken waarin de archiefvormer persoonlijk wordt benaderd. Het is tevens de schriftelijke neerslag van zijn activiteiten op persoonlijke titel. Het zijn de stukken die betrekking hebben op het huwelijk van de archiefvormer, schooldiploma's, stukken betreffende zijn belastingaanslagen, stukken waarin hij wordt benoemd of ontslagen, etcetera.

Stukken die betrekking hebben op de afwikkeling en/of het beheer van nalatenschappen zijn geordend onder de subrubriek 'Stukken opgemaakt en ontvangen als executeur-testamentair, erfgenaam en/of voogd'. De archiefbescheiden hebben hun plaats gevonden bij de persoon die de akten heeft opgemaakt en ontvangen, meestal de executeur-testamentair. Wederom kan hierbij worden gewezen op het bestemmingsbeginsel. Het is zeer waarschijnlijk dat dezelfde akte van de scheiding van een bepaalde nalatenschap meerdere malen in het archief voorkomt. Het is mogelijk dat zo'n akte wordt aangetroffen bij de executeur-testamentair, bij de verschillende erfgenamen en bij de bescheiden van de nalatenschap van een overleden erfgenaam. Een uitzondering vormt Jan Anton Willem Luden, de laatste archiefvormer. De stukken die betrekking hebben op zijn nalatenschap zijn onder hem gerangschikt en geplaatst onder de rubriek 'Stukken opgemaakt en ontvangen in prive kwaliteit'.

De stukken die ambts- en beroepshalve zijn opgemaakt en ontvangen zijn de stukken die strikt genomen niet in dit archief thuis horen. Zo'n rigide scheiding valt echter niet te maken. In een aantal gevallen waren de stukken bedoeld om te berusten onder de archiefvormer. De archiefvormer heeft deze stukken echter ontvangen in een bepaalde kwaliteit en niet op persoonlijke titel. Binnen de subrubriek 'Stukken opgemaakt en ontvangen in prive-kwaliteit', worden de stukken van algemene aard onderscheiden van de stukken welke een bijzonder onderwerp betreffen. De subsubrubriek 'Stukken van algemene aard' bevat bescheiden die meerdere onderwerpen behandelen. In deze rubriek kunt u de ingekomen en de minuten van uitgaande brieven verwachten, evenals de dagboeken. De brieven zijn alfabetisch gerangschikt. Van een aantal brieven kon de handtekening niet worden ontcijferd en deze zijn per archiefvormer bij elkaar gevoegd en ondergebracht in een beschrijving. De brieven behandelen, zoals hierboven al is aangegeven, vaak meerdere onderwerpen. Een uitzondering vormen de stukken die onderwerpsgewijs door de archiefvormer zijn opgeborgen. Deze ordening per onderwerp is in stand gehouden omdat de aard van de informatie zich verzet tegen een uitgebreide opname onder de rubriek 'Stukken van algemene aard' en omdat het structuurbeginsel een dergelijke plaatsing onderschrijft. De kasboeken die zijn bijgehouden gedurende de verschillende reizen door leden van de familie zijn uit praktische overwegingen gerangschikt bij de reisdagboeken zelf. De rubriek Stukken betreffende vererfde bezittingen bevat archiefbescheiden die betrekking hebben op onroerende goederen die meerdere generaties in het bezit van de familie zijn geweest. Deze stukken zijn bestemd voor de rechtsopvolger en kunnen dus niet worden geplaatst bij de persoon die deze bescheiden in eerste aanleg heeft opgemaakt en ontvangen. Om de oude structuur en eenheid niet te doorbreken zijn deze stukken geplaatst onder de vermelde rubriek.

De rubriek Beeldmateriaal bevat tekeningen, gravures, prenten en foto's. Dit zijn de archiefbescheiden die op een andere manier ontsloten en opgeborgen dienen te worden (bijvoorbeeld: het afwijkende formaat van de tekeningen, de kwetsbaarheid van de prenten, de chemicaliën in de foto's, etcetera).

Onder de rubriek Verzamelde en aan het archief toegevoegde stukken treft u archiefbescheiden aan die vermoedelijk door aankoop in het archief terecht zijn gekomen of door mevrouw De Jong Schouwenburg-Brandt, de laatste eigenaar, aan het archief zijn toegevoegd. Deze rubriek bevat tevens de verzamelde genealogica en de verzamelde artikelen met een ondersteunende documentatieve functie.

Er is onderscheid gemaakt tussen de subrubriek 'Stukken die niet aan een afzonderlijk lid van de familie Luden konden worden toegeschreven' en de rubriek Stukken waarvan het verband met het archief niet is gebleken. Van stukken die geordend zijn onder de eerste rubriek is duidelijk dat het stuk ooit door een bepaald familielid moet zijn ontvangen, maar er valt niet uit af te leiden welk familielid wordt bedoeld. Van de stukken die zijn gerangschikt onder de andere rubriek is niet duidelijk geworden waarom ze zich in het archief bevinden. Genealogie van de familie Luden

I Johan Luden (1668 1737) x Johanna Joachima van Campen (1672 1737)

Kinderen: 1.Jacob Luden, volgt II a

2.Hendrik Luden, volgt II b

IIa Jacob Luden (1703 1784) x Elsina Wooningh (1711 1783)

Kinderen: 1.Johannes Luden Jacobsz, volgt III a

2.Dirk Luden, volgt III b

IIb Hendrik Luden (1709 1752) x Cathatrina Hedwig Lubekker (1712 1778) x Jurriaan Bartelse ([1715] 1779)

Kinderen: 1.Johannes Luden Hendriksz, volgt III c

2.Hendrik Luden (1741 )

3.Jacob Luden Hendriksz (1745 1745)

4.Jacob Luden Hendriksz (1747 )

5.Petrus Luden (1749 1822)

6.Johanna Luden (1743 1755)

IIIa Johannes Luden Jacobsz (1739 1809) x Maria van den Bergh (1744 1782)

Kinderen: 1.Jacob Luden Johannesz (1765 )

2.Susanna Anthonia Luden, volgt IV

3.Anthony Luden (1771 1839)

4.Johannes Luden (1772 1772)

IIIb Dirk Luden (1744 1807) x 1) Catharina Henrietta du Sart( 1768) x 2) Elisabeth van Heyningen (1750 1829)

Kinderen uit het eerste huwelijk:

1. Elsina Catharina (1768 )

Kinderen uit het tweede huwelijk:

2.Jacob Luden (1772 1833)

3.Albertus Luden (1774 )

4Susanna Christina Luden (1776 1861)

5.Johanna Luden (1780 1839)

6.Maria Luden, volgt IV

7.Dirk (1785 )

8.Elisabeth Henrietta (1785 1787)

IIIc Johannes Luden Hendriksz (1739 1794) x 1) Catharina Speciaal (1738 1776) x 2) Margaretha Martina Dibbetz (1750 1794)

Kinderen: 1.Hendrik Luden (1764 1796)

2.Jacob Hendrik Luden, volgt IV

3.Maria Johanna Luden (1767 1843)

4.Elisabeth Jacoba Luden (1768 1806)

5.George Luden (1770 1804) IVJacob Hendrik Luden (1765 1838) x 1) Susanna Anthonia luden (1767 1806) x 2) Maria Luden (1780 1822)

Kinderen uit het eerste huwelijk:

1.Johannes Luden, volgt

2.Jacob Johannes Luden (1793 1841)

3.Anthony Luden (1794 1846)

4.Hendrik Luden (1796 1815)

5.Maria Susanna Luden (1798 1800)

Kinderen uit het tweede huwelijk:

1.George Luden (1810 1875)

3.Catharina Jacoba Henrietta Luden (1812 1857)

4.Elisabeth Maria Luden (1813 1845)

2.Hendrik Luden (1822 1893)

VJohannes Luden (1792 1868) x Anna Catharina Duker (1803 1851)

Kinderen:

1.Anna Johanna Suzanna Luden (1824 1897)

2.Louisa Mathilda Luden (1824 1891)

3.Hendrik Lodewijk Maurits Luden, volgt

4.Louise Charlotte Luden (1830 )

5.Henriette Elisabeth Luden (1833 )

6.Anna Catharina Luden (1836 1911)

VI Hendrik Lodewijk Maurits Luden (1828 1903) x Marie Louise Craeyvanger (1824 1908)

Kinderen:

1.Anna Catharina Luden (1855 1936)

2.Johannes Luden, volgt VII a

3.Marie Louise Luden (1859 1888)

4.Emil Luden, volgt VII b

VIIa Johannes Luden (1857 1940) x Mathilde Wilhelmina Johanna Jacoba van der Vliet (1857 1942)

Kinderen:

1.Johanna Jacoba Luden, volgt VIII a

2.Hendrik Luden, volgt VIII b

3.Marie Louise Luden (1887 )

4.Jan Anton Willem Luden (1891 1962)

VIIb Emil Luden (1863 1942) x Annie Lilian Warburton Stent (1862 ()

Kinderen:

1.Marie Louise Luden (1888 )

2.Johannes Maurits Luden (1890 1915)

3.Mathilda Catharina Gladys Luden (1894 1914)

4.George Paul Luden (1895 1968)

VIII aJohanna Jacoba Luden (1883 1954) x Alfred James Brandt (1879 1971)

Kinderen:

1.Nancy Brandt (1908)

2.Hugo Howard Brandt (1909)

3.Marie Dorothee Brandt (1912)

4.Vincent James Brandt (1919)

VIII bHendrik Luden (1885 1924) x Elizabeth Adelaide Cannon ([1892] 1984) x Edgar W. Leonard

Kinderen:

Johannes Hendrik Luden (1917 1929)

Archiefvormers

    De nummers achter de archiefvormers verwijzen naar het corresponderende inventarisdeel of het inventarisnummer. Door er op te klikken opent zich de inventaris op dat onderdeel of nummer.
    • Duker, A.C. (Anna Catharina , 1803-1851) : 1.6.1, 1.6.2, 136, 137 (1845), 138, 139, 140
    • Duker, P.G. (Petrus Gerarda, 1746-1837) Boode, A.C. (Anna Catharina, 1767-1808) : 3.2, 3.2.1
    • Luden Hendriksz, Johannes en Margareta Martina Dibbetz : 1.2
    • Luden, Anna Catharina : 1.9
    • Luden, Emil : 1.11
    • Luden, familie en aanverwante families : 2, 4, 5, 6
    • Luden, Hendrik (1709-1752) : 1, 1.1
    • Luden, Hendrik (1796-1815) : 1.7, 141
    • Luden, Hendrik (1885-1924) : 1.13
    • Luden, Hendrik Lodewijk Maurits en Marie Louise Craeyvanger : 1.8
    • Luden, Jacob Hendrik : 1.4
    • Luden, Jacob Johannes : 1.5
    • Luden, Jan Anton Willem : 1.14
    • Luden, Johanna Jacoba : 1.12
    • Luden, Johannes (1794-1868) Duker, A.C. (Anna Catharina , 1803-1851) : 1.6
    • Luden, Johannes en Mathilda Wilhelmina Johanna Jacoba van der Vliet : 1.10
    • Luden, Petrus en Dorothea Mathilda Hemmij : 1.3
    • Vergeel, Johannes : 3.1.1
    • Vergeel, Magtilda : 3.1.2
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.