912: Archief van A.A. Kok

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

912

Periode:

1670 - 1961

Inleiding

De archiefvormer

Dit archief is inmiddels grotendeels overgebracht naar het Nederlands architectuur Instituut in Rotterdam. De door Kok verzamelde Atlas bevindt zich in het SAA.

Abel Antoon Kok, (Dordrecht 23 mei 1881-15 april 1951 te Amstelhoek) werd geboren als het zevende kind van Theodorus Kok (1843-1886) en Allegonda Katrina Wolters (1843-1913). Zijn vader was als bouwkundige betrokken bij de bouw van gasfabrieken in Winschoten, Dordrecht en Amsterdam en was in de toenmalige Belgische Congo betrokken bij de aanleg van een spoorweg. Na zijn overlijden aldaar verhuisde het gezin naar Amsterdam, waar Abel Antoon de Lagere school en de Driejarige H.B.S .doorliep. In 1896 ging hij overdag in de leer bij een timmermansbaas in de Amsterdamse Pijp; in de avonduren volgde hij van 1896 tot 1901 de lessen in bouwkunde en aanverwante vakken op de Industrieschool der Maatschappij van de Werkende Stand. In 1901 begon hij te werken op architectenbureaus, waar hij in het werk praktijkervaring opdeed. In de avondopleiding maakte hij zich de nodige theoretische vakkennis eigen, ook nam hij deel aan prijsvragen. Hij werd opzichter-tekenaar bij C. B. Posthumus Meyjes Sr.en F. W. M. Poggenbeek. In 1903 behaalde hij het diploma van bouwkundig opzichter, in 1906 de M.O.-acte M2 (bouw- en werktuigkundig tekenen) en in 1911 de M.O.-acte Me (bouwkunde). In 1906 werd hij leraar aan de Avond-Industrieschool, waarvan hij oud-leerling was, en bleef dit tot 1911. In 1907 begon zijn loopbaan als zelfstandig architect in associatie met A. R.Hulshoff. Het bureau Hulshoff en Kok bestond van 1907 tot1914. In 1915 traden beide architecten in dienst van de gemeente Amsterdam als architect van de Afdeling Gebouwen van de Dienst der Publieke Werken. Hulshoff werd daar in 1919 hoofdarchitect tot 1946, vanaf 1946 met de titel "Stadsarchitect". Op 1 mei 1920 verliet Kok de ambtelijke dienst en vestigde zich wederom als particulier architect te Amsterdam. Het bureau was gevestigd op Herengracht 495, later in associatie met zijn zoon Ysbrand.

Als particulier architect bewoog Kok zich vooral op het gebied van de restauratie, waarin hij tussen 1915 en 1940 een belangrijk aandeel heeft gehad, niet alleen in Amsterdam, maar ook daarbuiten. De door zijn ervaring verkregen kennis van de historische bouwkunst zette hem er toe om een eigen Atlas op te bouwen, een verzameling tekeningen en afbeeldingen van gebouwen met vooral documentaire waarde. In deze Atlas, aanwezig op het Stadsarchief Amsterdam zijn 150 handgetekende bouwkundige ontwerpen bijeengebracht, die als het ware een doorsnede vormen van het architectonisch erfgoed van Amsterdam. In de Atlas treft men topstukken aan, maar ook verbouwingstekeningen en ontwerpen van de timmerman-bouwkundige, die als het ware de traditie van het ambacht voortzette.

Kok gaf in vele artikelen uiting aan zijn opvattingen en deed dit ook in organisatorisch verband als redacteur voor vakbladen. Zo werd hij in 1907 gekozen tot lid van de redactie van Architectura, orgaan van het orgaan van het Genootschap "Architectura et Amicitia", het gezelschap waarin vooral de vernieuwingsgezinde architecten verenigd waren. Naast de beoefening van het architectenvak zette Kok zich ook actief in voor beroepsverenigingen en de monumentenzorg. Voor het Genootschap "Architectura et Amicitia"vervulde hij bestuursfuncties en nam hij zitting in de Schoonheidscommissie van Amsterdam (1912). Ook maakte hij deel uit van de redactie van "Architectura"(1908-1912). Sinds 1908 was hij lid van de Bond Heemschut en behandelde voor die instelling jaarlijks 500 verzoeken om advies voor bouwprojecten op het gebied van nieuw en restauratie. In 1921 werd hij benoemd tot tweede secretaris van de Bond Heemschut en als zodanig medewerker van de architect en oud stadsarchitect van Amsterdam A. W. Weissman, die het adviesbureau van Heemschut leidde. Na het overlijden van Weissman in 1923 volgde Kok hem op als secretaris en redacteur van het Maandblad "Heemschut", een functie die hij tot 1946 vervulde.

In 1939 werd door hem de Heemschut-serie opgezet, waarbinnen hij zelf het auteurschap van vijf boekjes voor zijn rekening nam. Binnen deze serie zijn de delen Amsterdamsche Woonhuizen (1941) en Historische Schoonheid van Amsterdam (1941) geliefde lectuur geworden voor Amsterdam-kenners. Kok werd 0- 17 april 1951 begraven op de begraafplaats "Zorgvlied" aan de Amsteldijk te Amsterdam. Het archief A.A. Kok is in 2002 grotendeels geschonken aan het Nederlands Architectuur Instituut. In 2010 volgde een kleine aanvulling (inv.nos. 20-23 en 26) op het gedeelte van het archief dat bij het SAA berust, geschonken door de familie Kok.

Beknopte werkenlijst

Nieuwbouw als gemeentearchitect:

Amsteldijk, houten tramremise, 1918-1919

Plantage Muidergracht 4, Zeemanlaboratorium met fontein, 1921

Nieuwbouw als particulier architect binnen Amsterdam:

Pieter de Hooghstraat 1-5 (bureau Kok en Hulshoff), Pieter de Hooghstraat 2-8 (bureau Kok en Hulshoff), Van Miereveldstraat 7-11, Damrak 84, Herengracht 495, zijn bureau, Herengracht 556, Nationale Levensverzekeringsbank, 1930

Restauratie als gemeentearchitect:

Singel, restauratie gevel Militiezaal, 1919-1921

Staalstraat, restauratie Saaihal, 1919-1920

Oudezijds Achterburgwal 231, restauratie Agnietenkapel, 1919-1921

Singel 411, restauratie Oude Lutherse Kerk, 1925 (in samenwerking met D. van Oort Hzn.)

Oostenburgergracht: voorgebouw Lijnbaan, 1939

Oudezijds Voorburgwal 18, 1939-1940

Oostenburgergracht, Admiraliteitsgebouw, A.A. Kok en Y. Kok, 1950

Restauratie, reconstructie en verbouwing als particulier architect binnen Amsterdam:

Nieuwezijds Voorbugwal 264 hoek Wijdesteeg, 1930

Kerkstraat 261, 1930

Kattengat 4-6, "De Gouden Spieghel" en "De Silveren Spieghel", 1931

Rijnstraat 160-168/Trompenburgerstraat 127-147, Hunzestraat 51-53, 1934-1935

Beethovenstraat 85-107

Stadhouderskade 80, Vanagebouw, 1933 (gesloopt)

Keizersgracht 316 hoek Berenstraat, gebouw William Koch, 1935-1936

Nieuwbouw buiten Amsterdam:

Utrecht, Vondellaan 6, Pharmacologisch Laboratorium,

Sluiskil, electrische centrale,

Haarlem, drukkerij Enschede

Westdorpe, standaardtype transformatorhuisje Zeeuws Vlaanderen, hoek Graaf Jansdijk en de Spoorweg, 1923-1925, een type dat 1923-1925 in heel Zeeuws- Vlaanderen werd toegepast

Winterswijk, Raadhuis, 1939,

Huis Ipenrode te Heemstede, 1944, verbouwing.

Restauraties als particulier architect buiten Amsterdam, o.a.:

Edam, Grote Kerk, Monnickendam, speeltoren, Zunderdorp, toren, Kasteel De Olifant te Heenvliet, Heemstede, Herenweg 63, buitenplaats Iepenrode, 1944, verbouwing, Zutphen, Sprongstraat 13, De Iserman, Zutphen, Sprongstraat 6, de Zijdeworm

Geschiedenis van de Atlas Kok

A.A. Kok bracht een verzameling bijeen van plattegronden, foto's, topografische tekeningen, getekende en gedrukte bouwtekeningen en reproducties. Hieruit groeiden twee Atlassen: de Atlas van Nederland en de Atlas van Amsterdam. Na het overlijden van Kok nam zijn zoon IJsbrand het beheer over, en na diens overlijden in 1981 werd de Atlas van Amsterdam aangekocht door het toenmalige Gemeentearchief van Amsterdam. De Atlas van Amsterdam bestaat uit 34 mappen, waarin de topografisch op wijk geordende verzameling, geplakt op bladen, is geborgen. De Atlas Kok bevat meer dan honderdvijftig bouwtekeningen, waarvan het acquisitieprofiel de weerspiegeling vormt van de manier waarop Kok zich in zijn restauratiepraktijk had verdiept in de ontwerp- en architectuurgeschiedenis. Zijn gezichtsveld had daarom geen chronologische beperking en strekt zich uit van voorbije eeuwen tot zijn eigen tijd en was documentair gericht. De Atlas bevattekeningen uit de zeventiende eeuw: Pieter de Keyser, de Sint Anthonispoort, Jacob van Campen (toegeschreven) of Willem de Keyser, ontwerp voor de Nieuwekerkstoren, Adriaan Dortsman, de Ronde Lutherse Kerk, de achttiende eeuw: Jacob Otten Husley, gebouw Felix Meritis, Cornelis Rauws, de Muiderpoort, anoniem: opmeting van de Oosterkerk, Leendert Viervant de Jonge: schouwburg "Kunstmin spaart geen vlijt" aan de Keizersgracht, de negentiende eeuw: Gerrit Moele: pakhuizen Entrepotdok, A.J. Sevenhuysen: het Zeemanshuis, A.C. Bleys, woon- en winkelpanden: o.a. Droogbak 13, Koningsplein 4-6, de metamorfose van de achterkant van het Begijnhof aan de Nieuwezijds Voorburgwal, G. B.Salm: Keizersgracht 473, de assistent-stadsarchitect Willem Springer: politiebureau/brandweerkazerne Leidsekade. Een opvallend onderdeel wordt gevormd door de ontwerpen voor de barrières, die de toen bestaande stadspoorten zouden vervangen. De twintigste eeuw wordt vertegenwoordig door C.N. van Goor: Keizersgracht 31, G.J. Rutgers, schoolgebouw Zocherstraat.

Literatuur

A.A. Kok, De historische schoonheid van Amsterdam, Amsterdam, 1941. Heemschutserie

H. Knijtijzer, 'In memoriam A. A.Kok', in: Bouw, 6, 44, 742

Marijke Beek, Drie eeuwen Amsterdamse Bouwkunst, catalogus van architectuurtekeningen in de verzameling A.A. Kok, 1984

W. van der Pluim, levensbericht van A. A. Kok, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1950-1951, 140-144.

'A. A. Kok 60 jaar', in: Algemeen Handelsblad 21 mei 1941

Mayke Haaksman, 'De restauraties van Jan de Meijer en A.A. Kok', in: Bulletin KNOB, 104 (2005), 1, 10-21

Archiefvormer

Kok, Abel Antoon (1881-1951)
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.