855: Archief van het Algemeen Steuncomité Amsterdam 1914

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

855

Periode:

1914 - 1922

Inleiding

In 1914 was slechts ongeveer 7 à 8 % van de totale mannelijke beroepsbevolking tegen werkloosheid verzekerd. Door het uitbreken van de oorlog dreigde een verpaupering van grote aantallen werkloos geworden arbeiders. Om dit te voorkomen richtte Treub, inmiddels minister, het Koninklijk Nederlands Steuncomité (KNS) op; het comité stond onder patronage van Koningin Wilhelmina. Het was de bedoeling dat dit comité de gemeentelijke comité's zou coördineren. Treub wilde op deze manier voorkomen dat de werklozen het `brandmerk van de armenzorg' zouden krijgen. Het KNS drong er bovendien op aan dat in de plaatselijke commissies de vakbeweging opgenomen zou worden. In Amsterdam werd door de `Commissie voor armenverzorging in de stelling Amsterdam', het initiatief genomen tot oprichting van een Algemeen Steuncomité (verder aangeduid met ASC). De feitelijke oprichting had 4 augustus 1914 plaats. Het doel was uitsluitend het verschaffen van steun aan werklozen; andere armlastigen bleven onder het Burgerlijk Armbestuur. Het dagelijks bestuur van het ASC werd gevormd door de wethouder voor Armwezen, dr. N.M. Josephus Jitta (voorzitter), het raadslid J.H. Scheltema (1e penningmeester), mej. H. Brandts (2e penningmeester), mr. J.P.H. Kroon (1e secretaris), K.F. Katz (2e secretaris). De ondersteuning van georganiseerden geschiedde door middel van de vakverenigingen, die van ongeorganiseerden via districtscommissies, waartoe de stad in 63 ondersteuningsdistricten werd verdeeld. De vakbonden via welke de ondersteuning geschiedde waren die, welke waren aangesloten bij een der vakcentralen: de Amsterdamsche Bestuurderbond (A.B.B.), het Plaatselijk Arbeidssecretariaat (P.A.S.) de Amsterdamsche Christelijke Besturenbond (A.C.B.), de Nederlandsch R.K. Volksbond en tot 1916 de vereniging Betsalel (hoofdzakelijk diamantbewerkers). Voor de ondersteuning van kleine neringdoenden richtte het ASC uit haar midden een Commissie voor Bijzondere Ondersteuning op. Deze commmissie zorgde ook voor het inlossen en vernieuwen van panden bij de Stads Bank van Lening en bood hulp aan gezinnen van militairen. Controle op de steunaanvragen werd uitgeoefend door ambtenaren van het Burgerlijk Armbestuur. Naast huisbezoek werd 10 december 1915 besloten tot een dagelijkse aanmelding door de ondersteunden bij bureaus van het ASC. Voor een behoorlijke rechtsgang bij de ondersteuning zorgden Commissies van Beroep die 7 augustus 1914 waren gevormd en een Commissie voor Hoger Beroep, die in januari 1915 tot stand kwam. Voor het bepalen van het bedrag van de ondersteuning stelde men een tarief op dat berekend was op de voorziening in de noodzakelijkste levensbehoeften per gezin. Wie ondersteuning ontving van de Rijkswerklozenuitkering ingevolge de noodwet Treub kreeg een aanvullende uitkering en kindertoeslag. Bovendien ontvingen alle ondersteunden huurbons. Vijfmaal had een tariefherziening plaats. 's Winters werden extra toelagen gegeven voor brandstoffen en dergelijke. De benodigde gelden werden verkregen door collecten en giften maar voornamelijk door subsidies. Het Koninklijk Nationaal Steuncomité verleende een subsidie van 50% op alle wekelijkse uitkeringen; de gemeente Amsterdam gaf als subsidie sinds 11 oktober 1914 een wekelijks bedrag van ten hoogste fl. 12.500,-, later fl. 20.000,- als tegemoetkoming voor 0.25 gedeelte in de uitgaven. Met ingang van 1 oktober 1917 werd de gemeentelijke subsidie bepaald op een bedrag waarmee de totale uitgaven de inkomsten overtroffen.

Het ASC werkte nauw samen met verschillende verenigingen op verwant terrein, met name met het 'Vrouwencomité tot hulpbetoon in tijd van Oorlogsgevaar', opgericht 3 augustus 1914, dat zich bezig hield met de zorg voor zieken en kinderen en de verstrekking van voedsel. De vereniging 'Zusterhulp', die hulp verleende door arbeidsbemiddeling en werkverschaffing aan werkloze vrouwen en meisjes. De 'Werkverschaffing voor Vrouwen 1914', die werk gaf aan huisnaaisters en vooral naaiwerk liet verrichten in opdracht van het ASC. Het 'Medisch Consultatiebureau voor alcoholisme' behandelde gevallen van dronkenschap bij ondersteunden door het ASC.

Het toenemende getal uitzettingen ten gevolge van huurschuld bracht het ASC ertoe een huurtoelage te verstrekken tot een bedrag van de halve huursom. Het stelde daartoe een Commisie voor Huurzaken in (26 oktober 1914). Het Kon. Nat. Steuncomité en de Gemeente betaalden ieder de helft van de kosten. Een door de huurder bij de ASC aangevraagd formulier werd door de huiseigenaar getekend, waardoor deze zich bereid verklaarde de halve huursom in vorm van een huurbon te accepteren en die bij het ASC te verzilveren: het zogenaamde huurbonstelsel. Een subcommissie voor de kleding, het Kleerendepot (opgericht 7 augustus 1914) deelde kleding uit, waaronder in werkverschaffing van het ASC gemaakte goederen. Het kleermakersdepôt was alleen in de wintermaanden geopend. Op 31 augustus 1914 werd een subcommisie opgericht om de mogelijkheid tot werkverschaffing te onderzoeken. Deze commissie kwam niet tot enig resultaat en werd 26 februari 1915 ontbonden. In december 1914 richtte het ASC een Arbeidscommissie op, onder wier leiding een werkverschaffing voor naaisters ontstond, waar werd gewerkt voor het Kleerendepôt. De 26ste maart 1915 werd een Commissie voor Arbeidsbemiddeling opgericht, waarin ook enkele werkgevers en de directeur van de Arbeidsbeurs zitting hadden. Haar doel was advies te geven aan de Gemeentelijke Arbeidsbeurs omtrent de tewerkstelling van ondersteunden en het doen van enquêtes naar werkgelegenheid. Directe arbeidsbemiddeling heeft zij niet geleverd. Op 17 september werd zij opgeheven. Directe arbeidsbemiddeling ging wel van het Secretariaat uit, dat dan ook na september 1915 de daadwerkelijke bemiddeling voortzette tot mei 1916. Het comité zond geregeld werklozen naar de Gemeentelijke Arbeidsbeurs en gaf slechts ondersteuning als zij een bewijs konden overleggen dat zij geen werk hadden. De Gemeentelijke Arbeidsbeurs gaf aan het ASC de personen op die door haar aan werk waren geholpen en dus geen ondersteuning meer behoefden. De Gemeentelijke Arbeidsbeurs maakte bezwaar tegen het zelfstandig bemiddelen van het ASC; dit zocht nu een andere weg en wel buiten de stad. Daartoe werd een sub-commissie van onderzoek ingesteld (5 september 1916) die zich onder medewerking van de Gemeentelijke Arbeidsbeurs vormde tot de tweede Commissie voor Arbeidsbemiddeling. Zij hield zich uitsluitend bezig met arbeidsbemiddeling voor werk buiten de stad.

Het Centraal Havendistrict was een door het ASC speciaal ten behoeve van de haven- en veemarbeiders opgerichte commissie (20 mei 1915). Haar eerste uitkering (de 43e van het geheel) had plaats 11 juni 1915. Bij de reorganisatie van het ASC werd het Centraal Havendistrict tot vakcommissie uitgebreid en bestond alsdan uit een gelijk aantal werkgevers- en werknemersleden, een voorzitter en vice-voorzitter. Deze reorganisatie kreeg in juli 1916 zijn beslag. Zij had tot doel door een beter overzicht van crisis in de bedrijven te komen tot een inkrimpen van het getal ondersteunden en zich te beperken tot de werkelijke slachtoffers van de crisis. Men besloot de ondersteunden, georganiseerd of niet, te groeperen naar hun beroep. Werd een tak van bedrijf niet als een bedrijf waarin crisis heerste beschouwd, en kwamen daar toch enkele werklozen voor dan werden die geordend onder een Commissie voor Speciale Gevallen. Er ontstonden zo 5 vakcommissies die de uitkeringen zelfstandig deden: het reeds bestaande Centraal Havendistrict, de Commissie voor Voeding- en Genotmiddelen, de Commissie voor de Bouwbedrijven, de Commissie voor Speciale Gevallen (ook wel Commissie-Douwes genoemd) en later (28 mei 1918) een Commissie voor de Metaalnijverheid. Voor georganiseerden bleef de steunverlening lopen via de vakverenigingen, maar alleen voor zover 't bedrijven gold waarin crisis heerste en die dus vielen onder een van genoemde commissies. Andere bekwamen hun ondersteuning rechtstreeks van het secretariaat van het ASC. De districten en districtcommissies werden opgeheven en deden op 25 mei 1916 hun laatste uitkering. Om de overgang naar de nieuwe vorm van organisatie geleidelijk te doen plaats hebben werden de overgebleven ondersteunden van de districten behandeld door zeven subcommissies, genoemd de Districten I VII, die tot 27 juni 1916 bleven bestaan.

Een Demobilisatiecommissie werd 16 november 1918 opgericht, waarin ook vertegenwoordigers van de gedemobiliseerden zitting hadden. Haar taak was hoofdzakelijk het verstrekken van geldelijke wekelijkse steun aan gedemobiliseerde militairen en hun gezinnen. Op 5 september 1919 hield deze commissie haar laatste vergadering. De opheffing van het ASC vond plaats in 1919. Het aantal ondersteunden was na de wapenstilstand allengs minder geworden, de werkloosheidscrisis nam af. De overgebleven ondersteunden gingen over naar werklozenkassen van de organisaties, die van overheidswege subsidie ontvingen, of werden verwezen naar het Burgerlijk Armbestuur. De feitelijke opheffing had op 5 september plaats. Een Liquidatiecommissie, opgericht 11 augustus wikkelde alle nog lopende zaken af. De laatste (263e) uitkering werd gedaan in de eerste week van september. De Liquidatiecommissie bleef tot juli 1922 in werking. Intussen had de Verslagcommissie een zeer uitgebreid verslag van de werkzaamheden van het ASC gereed, dat in 1921 ter Stadsdrukkerij van Amsterdam in druk is verschenen.

Het archief van het ASC, na de opheffing aanvankelijk onder beheer van de Liquidatiecommissie en opgeborgen in het perceel Barndesteeg 6, werd op 12 juli 1922 overgedragen aan de wethouder van Openbare Gezondheid, waarna het in het Gemeente Archief werd geplaatst. Het werd in 1953 geïnventariseerd door Jacq. de Cleen. De omvang van het archief is 9 m.

Archiefvormers

    De nummers achter de archiefvormers verwijzen naar het corresponderende inventarisdeel of het inventarisnummer. Door er op te klikken opent zich de inventaris op dat onderdeel of nummer.
    • Algemeen Steuncomité Amsterdam; afdeling Huurtoelagen : 3
    • Algemeen Steuncomité Amsterdam; afdeling Koninklijk Nationaal Steuncomité : 18, 4
    • Algemeen Steuncomité Amsterdam; arbeidscommissie : 11
    • Algemeen Steuncomité Amsterdam; centraal havendistrict : 7
    • Algemeen Steuncomité Amsterdam; commissie van bijzondere ondersteuning : 5
    • Algemeen Steuncomité Amsterdam; commissie van speciale gevallen : 6
    • Algemeen Steuncomité Amsterdam; commissie voor de Bouwbedrijven : 9
    • Algemeen Steuncomité Amsterdam; commissie voor de Metaalnijverheid : 8
    • Algemeen Steuncomité Amsterdam; commissie voor Voedings- en Genotmiddelen : 10
    • Algemeen Steuncomité Amsterdam; demobilisatiecommissie : 14
    • Algemeen Steuncomité Amsterdam; eerste commissie voor Arbeidsbemiddeling : 12
    • Algemeen Steuncomité Amsterdam; liquidatiecommissie : 15
    • Algemeen Steuncomité Amsterdam; penningmeester : 2
    • Algemeen Steuncomité Amsterdam; secretariaat : 1, 17
    • Algemeen Steuncomité Amsterdam; tweede commissie voor Arbeidsbemiddeling : 13
    • Algemeen Steuncomité Amsterdam; verslagcommissie : 16
    • Algemeen Steuncomité Amsterdam
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.