843.A: Archief van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit: aanvulling

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

843.A

Periode:

1814 - 2006

INLEIDING

De inventaris beschrijft archief 843.A, te weten de archieven van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit (A.D.S.) over de periode (1825) 1963 - 1991 (2006), inclusief de door haar opgerichte fondsen en stichtingen. Het betreft een aanvulling op archief 843, het archief van de A.D.S. en bijbehorende fondsen over de periode 1811 - 1963 (1975).

In archief 843.A is ook opgenomen het archief van de N.V. Damesconfectiefabriek v/h H. Rothe, dat werd aangetroffen in het archief van de A.D.S.

In de inleiding van archief 843 is te lezen over de oprichting van de A.D.S. op 21 en 22 augustus 1811 en de oorspronkelijke doelstellingen (het verzorgen van een predikantenopleiding en het financieel steunen van minder draagkrachtige Doopsgezinde gemeenten bij het beroepen en salariëren van hun predikanten). Verdere ontwikkelingen tot 1963 worden besproken en ook de in het archief opgenomen fondsen worden kort behandeld.

Hieronder wordt ingegaan op de ontwikkelingen van de A.D.S. na 1963.

DE A.D.S. NA 1963

In 1951 trad een nieuw reglement in werking dat werd herzien in 1967. De doelstelling van de A.D.S. staat hierin omschreven als het versterken van het godsdienstig en zedelijk leven, in het bijzonder het bevorderen van de predikdienst en het behartigen van de met dit doel samenhangende stoffelijke belangen in de Broederschap. De A.D.S. vertegenwoordigt de Broederschap naar buiten toe.

Het bestuur van de A.D.S. bestond tot 1975 uit een Dagelijks Bestuur en een college van bestuurders, te weten afgevaardigden van Doopsgezinde gemeenten en instellingen die lid van de A.D.S. waren. Lidmaatschap was (en is) voor een Doopsgezinde gemeente of instelling overigens niet verplicht. Hoe groter de gemeente, hoe meer bestuurders er konden worden afgevaardigd.

Het Dagelijks Bestuur bestond uit tenminste 9 en ten hoogste 15 personen, waaronder o.a. de voorzitter van de A.D.S., de secretaris(sen), twee penningmeesters). Eens per jaar, in de maand juni, werd een gewone bestuurdersvergadering belegd, waarin de rapporten en verslagen van het Dagelijks bestuur, het College van Curatoren, de Commissie ter Uitdeling en de andere commissies werden behandeld. Verder werd het financieel beleid verantwoord en werden de leden van alle commissies benoemd (waaronder dus ook die van het College van Curatoren). In de wintermaanden werd een tweede vergadering bijeengeroepen met een 'open karakter'. Daarnaast kon de voorzitter een buitengewone vergadering bijeenroepen.

In 1975 wijzigde de A.D.S. haar bestuursstructuur. Sinds dat jaar wordt het bestuur gevormd door de Broederschapsvergadering, de Broederschapsraad en het Dagelijks Bestuur (zittingsduur voor de drie bestuursorganen is vier jaar).

De Broederschapsvergadering bestaat uit afgevaardigden van de Doopsgezinde gemeenten en instellingen. De vergadering komt 2 maal per jaar bijeen.

De Broederschapsraad bestaat uit leden van de Broederschapsvergadering die op bindende voordrachten van gemeenten worden benoemd. De raad bereidt de bijeenkomsten van de Broederschapsvergadering voor en voert hun besluiten uit. De raad vergadert tenminste 5 maal per jaar. Adviserende leden zijn vertegenwoordigers van het Doopsgezind Seminarium, de Doopsgezinde instellingen, de A.N.D.P.V., de hoofdredacteur van het Algemeen Doopsgezind Weekblad en twee theologische adviseurs.

Het Dagelijks Bestuur komt maandelijks bijeen en heeft de dagelijkse leiding over de A.D.S.

In het reglement van 1975 (gewijzigd in 1984) wordt de doelstelling van de A.D.S. omschreven als 'de versterking van het geloofs- en gemeenteleven van de Gemeente van Christus, in het bijzonder van de Broederschap (met name met het oog op de Evangelische opdracht tot gemeenschap, dienst en verkondiging)' (inv.nr. 2). De A.D.S. vertegenwoordigt de Doopsgezinde Broederschap naar buiten toe door betrekkingen te onderhouden met verwante kerkgenootschappen en door lidmaatschap van veel kerkelijke samenwerkingsverbanden. U vindt deze instellingen terug in rubriek 1.5.5. van de inventaris.

OVERBRENGING VAN HET ARCHIEF

Het archief van de A.D.S. over de periode 1811 - 1963 (archief 843) is in 1987 naar het gemeentearchief overgebracht en geïnventariseerd door de heer Harry Peschar, medewerker van het Gemeentearchief Amsterdam. Dit resulteerde in een inventaris, die in 1993 werd geautomatiseerd. Veel stukken uit de periode 1945 - 1963 werden echter pas na de inventarisatie ontdekt op het kantoor van de A.D.S. (Singel 454). In 1989 werd circa 12 meter hiervan overgebracht naar het gemeentearchief. Verder kwamen uit particulier bezit in 1989, 1990, 1991 en 2001 kleine aanvullingen. De rest van het archief tot het jaar 1990 werd in januari 2002 naar het Gemeentearchief overgebracht. Dit archiefbestand is nu samen met het in 1989 overgebrachte deel en de kleine aanvullingen hierop beschreven en geordend als archief 843.A (aanvulling op het archief 843). In juli 2008 is een kleine aanvulling op het archief van de Commissie tot de Archieven (omvang 0,10 meter) afkomstig van oud-commissievoorzitter J. Meihuizen, overgedragen en opgenomen. Het betreft archief uit de periode 1980-2006.

OMVANG EN DATERING VAN HET ARCHIEF

De omvang van het archief van de A.D.S inclusief de gedeponeerde archieven is na bewerking circa 22 strekkende meter groot. Vóór de bewerking omvatte het ongeschoonde archiefbestand circa 70 strekkende meter.

Mede als gevolg van de gefaseerde overbrenging van het totale archiefbestand bevat de aanvulling op het archief van de A.D.S. veel stukken die jonger zijn dan 1963.

Het oudste stuk dateert van 1821 (inv.nr. 857), verder zijn er een honderdtal stukken uit de periode tot 1964. De meeste stukken vallen in de periode 1963 - 1989, met enkele stukken uit de jaren daarna, tot 2006 (inv.nrs. 613 t/m 623).

Het afgedwaalde archief van de N.V. Damesconfectiefabriek v/h H. Rothe omvat de jaren 1934 - 1953.

VERANTWOORDING VAN DE INVENTARISATIE

Het archief is m.b.v. het bewerkingsprogramma MAIS beschreven en geordend. Het gehanteerde rubriekenschema is gebaseerd op het schema in de inventaris van het archief 843. Gezien de grote hoeveelheid commissiearchieven in de rubrieken 'permanente commissies' en 'commissies ad hoc' is gekozen voor een nadere onderverdeling naar taken. De commissiearchieven en lidmaatschapsarchieven zijn per rubriek of subrubriek chronologisch geordend. De archieven van de Kweekschool, Stichting Doopsgezind Vormingswerk en de fondsen zijn ondergebracht als gedeponeerde archieven.

Bij de beschrijving van een deel van het archiefbestand dat in 1989 naar het gemeentearchief is overgebracht, kon gebruik gemaakt worden van de voorlopige beschrijvingen van de hand van de heer H. Peschar.

Doordat veel commissies voor hun administratieve werkzaamheden gebruik maakten van de diensten van het administratiekantoor van de A.D.S., bevinden zich in de series algemene correspondentie veel originele stukken van en aan commissies en Doopsgezinde instellingen als het Pensioenfonds en het Mennofonds. Dit kunnen ook notulen van vergaderingen of jaarverslagen zijn. In de archieven van de commissies en instellingen zelf kunnen dan dubbelen (al dan niet doorslagen of fotokopiëen) van de stukken aanwezig zijn. Er is voor gekozen om zowel de originele als de kopie-exemplaren te bewaren, enerzijds om het zoekgemak van de onderzoeker te dienen, anderzijds omdat het te veel tijd zou kosten om dit materiaal uit de series algemene correspondentie te schonen.

Stukken die voor vernietiging in aanmerking kwamen omvatten dubbelen, bank- en giroafschrijvingen, ter kennisneming toegestuurde stukken (voor zover niet van historische waarde voor de A.D.S.), berichten van verhindering, reclamedrukwerk, sollicitatiestukken van niet benoemde personen, stukken betreffende pensioenrechten (ouder dan 10 jaar na bereiken van pensioengerechtigde leeftijd), vervallen schadeverzekeringen (inclusief de polissen), bijlagen bij de jaarrekeningen, kladversies van winst- en verliesrekeningen en van de balansen en begrotingen.

Uit de lidmaatschapsarchieven van de C.C.V.P., de N.P.B., de S.O.H. en de V.P.C.M.W. werden alle stukken vernietigd, behalve de correspondentie met de A.D.S. en stukken die direct betrekking hebben op of van belang zijn voor de A.D.S. De archieven van deze landelijk opererende organisaties worden bewaard in het Utrechts Archief.

GEDEPONEERDE ARCHIEVEN EN AFGEDWAALDE STUKKEN

Gedeponeerde archieven in archief 843.A zijn de archieven van het Mennofonds, Pensioenfonds, Emeritaatfonds voor Doopsgezinde leraren, Dienstjarenfonds, Doopsgezind Pensioen Verhogingsfonds, Fonds tot ondersteuning van weduwen en wezen van Doopsgezinde leraren in Noord- en Zuidholland, Fonds tot verhooging van Doopsgezinde Leeraarstractementen (Verhoogingsfonds), Liefdecassa, Stichting Doopsgezind Vormingswerk en Fonds voor Doopsgezinde weezen van onvermogende gemeenten.

Met uitzondering van de laatste twee wordt de ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling van deze fondsen beschreven in de inleiding van de inventaris van archief 843. Het beheer van de meeste fondsen ging in de jaren '50 over op het Pensioenfonds, waardoor de archieven afgesloten bestanden vormen. Waar mogelijk zijn stukken van vóór 1964 ingevoegd in archief 843. Van de fondsen die in het archief zijn opgenomen bestaan alleen nog het Pensioenfonds en het Mennofonds.

Hieronder worden kort behandeld de Stichting Doopsgezind Vormingswerk, het Fonds voor Doopsgezinde weezen van onvermogende gemeenten, en het afgedwaalde archief van de N.V. Damesconfectiefabriek v/h H. Rothe.

Stichting Doopsgezind Vormingswerk (1954 - 1962)

In 1957 werd door de A.D.S. de Commissie Doopsgezind Vormingswerk opgericht. Deze commissie werd ook wel Werkcommissie Vormingscentrum genoemd en is in januari 1959 omgezet in Stichting Doopsgezind Vormingswerk. Doel van de stichting was het ontwikkelen en in stand houden van vormingswerk binnen de Doopsgezinde broederschap (kadervorming, jeugdleiders, beroepsgroepswerk etc.). In de jaren 1958 - 1961 werd duidelijk dat het vormingswerk moeilijk van de grond kwam. Eind 1961 bracht de A.D.S. de stichting als sectie onder bij de Gemeenschap voor Doopsgezind Broederschapswerk (G.D.B.) vanwege de verwantschap in aard en doelstelling van de twee instellingen. Overigens was de G.D.B. al vanaf de stichtingsdatum in het bestuur vertegenwoordigd. Het archief van de G.D.B. is in het gemeentearchief Amsterdam aanwezig (archief 386). Stukken van de sectie Vormingswerk zijn in dit archief te vinden.

Fonds voor Doopsgezinde weezen van onvermogende gemeenten

Het Fonds voor Doopsgezinde weezen van onvermogende gemeenten werd opgericht in 1865 (in werking getreden op 1 januari 1866). Het steunde armlastige Doopsgezinde gemeenten in de zorg voor hun wezen. Het geld van het fonds was afkomstig uit bijdragen en subsidies van Doopsgezinde gemeenten en personen. Het is niet bekend wanneer het fonds opgehouden is te bestaan: de laatste stukken dateren van 1917.

N.V. Damesconfectiefabriek v/h H. Rothe (1934 - 1953)

In de rubriek 'Afgedwaalde archiefstukken' is ondergebracht het archief van de N.V. Damesconfectiefabriek v/h H. Rothe (1934 - 1953). Dit archief is terechtgekomen in het archief van de A.D.S. via de heer C.H.Blaauw, bestuurslid van o.a. het Pensioenfonds. De heer Blaauw was net na de Tweede Wereldoorlog door eigenaar H. Rothe benoemd tot vertegenwoordiger (en later tot directeur) van de Damesconfectiefabriek. Blaauw verkocht het bedrijf in 1947. Het archief omvat vrijwel alleen de jaren dat Blaauw de zaken waarnam voor Rothe. Het is niet bekend waar het archief van het bedrijf van vóór en ná deze jaren zich bevindt.

Archiefvormer

Algemene Doopsgezinde Sociëteit
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.