5401: Archief van de Amsterdamse Kunstraad

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

5401

Periode:

1952 - 1992

Inleiding

Beschrijving van de archiefvormer

Tijdens een vergadering op 24 december 1948 besluit de Amsterdamse Gemeenteraad om een kunstraad in het leven te roepen, een adviesorgaan ter bevordering van het kunstleven van de stad. Na het opstellen van een eerste Verordening in 1950, wordt de eerste Amsterdamse Kunstraad in 1952 geïnstalleerd, wethouder De Roos wordt de voorzitter van het dagelijks bestuur. Een gedeelte van de leden van de Kunstraad alsmede de algemeen secretaris bestaat uit ambtenaren van de Afdeling Kunstzaken van de gemeente. Na het aftreden van wethouder De Roos in 1960 wordt zijn opvolger geen voorzitter van de Kunstraad, waardoor het adviesorgaan los komt te staan van de politiek.

In 1971 wordt het takenpakket van de Kunstraad opnieuw gedefinieerd in de Verordening. Naast het bevorderen van het kunstleven dient de raad ook de belangen te behartigen van het kunstleven. Er worden vaste commissies aangesteld die zich richten op verschillende artistieke functies, maar ook de bevordering van kunst in de stadswijken, kunstbeoefening van amateurs en de behartiging van bijzondere taken. Deze commissies worden niet meer uitsluitend bevolkt met beschouwers, maar in toenemende mate met mensen uit de kunstsector zelf. Bovendien wordt besloten dat het adviesorgaan onafhankelijk wordt van de afdeling Kunstzaken; de Kunstraad krijgt een zelfstandig secretariaat dat het bestuur en de commissies ondersteunt.

In de jaren tachtig bestaat een belangrijk deel van het werk van de Kunstraad uit het adviseren over de zogenaamde ‘Vrije Kredieten’. Op deze kredieten, verdeeld over verschillende disciplines, kan een ieder die een kunstproject wil realiseren een beroep doen. Op 14 juni 1989 brengt de Kunstraad een advies uit over de taak en de structuur van de Amsterdamse Kunstraad. In de Verordening van 1992 wordt opgenomen dat de Kunstraad een adviesorgaan wordt dat zich richt op kwaliteitsoordelen, deze adviesstructuur staat los van belangenbehartiging. Er worden vijf kerncommissies aangesteld: Beeldende Kunsten, Podiumkunsten, Muziek, Manifestaties en Spreiding en Participatie. Maar binnen de adviesstructuur diende samenhang te bestaan en de kunstensector werd vanaf toen integraal bestreken. Per 1993 verloopt de subsidiering via het Kunstenplan, het toewijzen van de projectsubsidies wordt gedaan door het nieuw opgerichte Amsterdams Fonds voor de Kunst.

Van een adviesorgaan waar de wethouder kunstzaken deel van uit maakte, en een belangenbehartiger van de kunstensector in de jaren zeventig, ontwikkelde de Kunstraad zich tot een onafhankelijk en permanent adviesorgaan van het gemeentebestuur. De Kunstraad heeft een ruim geformuleerde taak: hij kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen, zowel over onderwerpen uit de portefeuille Cultuur als over kunst en cultuur gerelateerde onderwerpen uit andere portefeuilles.

De Kunstraad is adviseur waar het gaat om het inhoudelijk oordeel over kunstuitingen en adviseur voor het kunstbeleid en adviseert over het profiel en strategie van kunstinstellingen, de verhouding tussen de kunstdisciplines, het voorzieningenniveau, de financiering daarvan, het bereik, het effect enz.

Informatie over het archief

Dit archief was bij de Kunstraad in beheer en is in 2014 overgebracht naar het Stadsarchief.

Het archief bevat de jaarverslagen en verordeningen op de Kunstraad over de gehele periode en alle uitgebrachte adviezen vanaf 1972. Daarnaast bevat het archief de vergaderstukken van de vergaderingen van het bestuur over de periode 1991-1992 en de diverse commissies en werkgroepen van de Kunstraad over verschillende perioden. Opvallende dossiers zijn de vergaderstukken, adviezen en subsidieaanvragen van de Commissie Allochtone Groepen, en de vergaderstukken van de Commissie Kunstenplan, over de structuur van de Amsterdamse Kunstraad. Van de subsidiedossiers en de opdracht/projectdossiers zijn alleen de historisch waardevol geachte dossiers bewaard. De rest is vernietigd op basis van de “Lijst van voor vernietiging in aanmerking komende stukken in gemeente-archieven” (Staatscourant 20 december 1983).

Het archief is 10 strekkende meter en bestaat uit de inventarisnummers 1 t/m 877. De inventarisnummers 37-41 ontbreken omdat die toebehoren aan het archief van na 1992.

In 1994 is archief van de Kunstraad over de periode 1972-1990 overgebracht naar het Stadsarchief. Dit archief betreft 26 strekkende meter en bestaat vooral uit vergaderstukken, zoals die van het bestuur over de periode t/m 1989 en de diverse commissies en werkgroepen over verschillende perioden.



In 2015 is archief van de Kunstraad over de periode 1952-1971 (1975), dat zich op het stadhuis bevond, overgebracht naar het Stadsarchief. Dat betreft de inventarisnummers 5001 t/m 5071, met een omvang van 1,75 strekkende meter en de inventarisnummers 878 t/m 1330, wat 21 meter omvat . Na de overbrenging is 7 meter vernietigd op basis van de “Lijst van voor vernietiging in aanmerking komende stukken in gemeente-archieven” (Staatscourant 20 december 1983).

Archiefvormer

Amsterdamse Kunstraad
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.