5295: Archief van de Gemeentelijke Stichting Amsterdams Nautisch en Weerkundig Instituut en rechtsvoorganger

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

5295

Periode:

1881 - 1980

Inleiding

Geschiedenis

In de jaren '70 van de 19e eeuw ontstond er, door toedoen van de snel groeiende scheepvaart, behoefte aan een instituut dat de scheepvaart van deskundig nautisch en meteorologisch advies kon voorzien. Toenmalig directeur van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (hierna KNMI) prof.dr. C.H.D. Buys Ballot deed op 14 december 1879 een voorstel aan de commissie voor de Wetenschappelijke Zeevaart van het College Zeemanshoop te Amsterdam om aldaar een filiaalinrichting te stichten van het KNMI. Er moest bij het College een deskundige gedetacheerd worden die inlichtingen kon verschaffen op het gebied van aardmagnetisme en kompassen. Volgens een brief van 28 juli 1880 aan de minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid zou het doel tweeledig zijn en zou W. van Hasselt op 16 augustus 1881 als directeur van de filiaalinrichting worden aangesteld om: 1) de zeevarenden wetenschappelijk steun te verschaffen en 2) de band tussen het KNMI en de praktische zeevaart te verstevigen. Er werd een geschikt lokaal ingeruimd in het gebouw van de Kweekschool voor de Zeevaart aan de Prins Hendrikkade waar de filiaalinrichting op 1 september 1881 voor het eerst werd opengesteld. Al snel verhuisde zij in 1886 naar het gebouw van de Algemene Dienst aan de kop van de Oostelijke Handelskade en nam in 1961, door ruimtegebrek, uiteindelijk haar intrek in het gebouw aan het Kadijksplein.

In 1906 wordt de opdracht van de filiaalinrichting uitgebreid en in de Staatscourant no. 207 werden de volgende taken vermeld:

- Het geven van inlichtingen op practisch wetenschappelijk gebied aan belanghebbenden bij de scheepvaart

- Het verifiëren van nautische en meteorologische instrumenten bij de scheepvaart in gebruik

- Het verbeteren van zeekaarten bij de scheepvaart in gebruik

- Het bepalen en neutraliseren van de invloed van het scheepsijzer op de kompassen

- Het samenstellen en plaatselijk verkrijgbaar stellen van mededelingen omtrent de bestaande weersgesteldheid

- Het bedienen van de tijdseininrichting

- Het onderzoeken van scheepsseinlantaarns, waarvoor certificaten van deugdelijkeid worden gevraagd en het afgeven van zulke certificaten

Deze taken is de filiaalinrichting en later de Gemeentelijke Stichting Amsterdams Nautisch en Weerkundig Instituut tot in 1973 blijven uitoefenen. Want, in 1957 werd een commissie in het leven geroepen die de rechtspositie van het personeel moest bestuderen. Dit resulteerde in het bestuderen van de mogelijkheid om de filiaalinrichting de status te geven een gemeentelijke stichting. Daarop zou dan tevens van toepassing kunnen zijn het bepaalde in art. 4, 1e lid, sub. 1 der Pensioenwet 1922, waarbij de vorm van samenwerking, zoals deze van de aanvang heeft bestaan, zou kunnen worden behouden. Dit vindt goedkeuring van staat en gemeente en vanaf 1 januari 1962 worden, onder leiding van directeur J.J. Steensma, de werkzaamheden dus voortgezet door de Gemeentelijke Stichting Amsterdams Nautisch en Weerkundig Instituut. Het Instituut kampt de jaren daarna met tekorten en na de dood van J.J. Steensma in 1971 wordt een nieuwe afweging gemaakt over de voorzetting van het Instituut. Uiteindelijk wordt besloten dat het Instituut per 1 januari 1973 als onderafdeling wordt ondergebracht bij de afdeling Havendienst van de Dienst der Havens en Handelsinrichtingen. J. de Boer, nautisch hoofdassistent 1e klasse, werd vervolgens als hoofd ANWI belast met de dagelijkse leiding van de afdeling en schrijft in 1981, ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan, zijn bijdrage 'Zeekaarten, Instrumenten, Scheepslantaarns. Van filiaalinrichting van het koninklijk nederlands meteorologisch instituut tot amsterdams nautisch en weerkundig instituut van het gemeentelijk havenbedrijf amsterdam', waarin nog veel meer informatie te vinden is over de geschiedenis van het Instituut en waar deze inleiding aan ontleend is.

Archief

Dit archief is in zeer goed geordende staat overgebracht naar het Stadsarchief. De series correspondentie (netjes chronologisch en vanaf 1959 chronologisch en op brievenboek georden), vergaderstukken, financiële en personeelsadministratie lopen allemaal tot 1972/1973. Er is echter ook een serie banden met de dagelijkse weerberichten die vrijwel helemaal compleet van 1881 tot en 1980 (helaas missen de oorlogsjaren 1941-1945) bewaard gebleven is. Het archief is geschoond op basis van de 'Lijst van voor vernietiging in aanmerking komende stukken in gemeentearchieven' zoals gepubliceerd in Staatscourant no. 247 van 20 december 1983 en omvat zo'n 30,25 strekkende meter.

Archiefvormer

Stichting Amsterdams Nautisch en Weerkundig Instituut
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.