5238: Archief van het Gemeente Girokantoor

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

5238

Periode:

1890 - 1979

Inleiding

Geschiedenis van de instelling

Het Girokantoor van de Gemeente Amsterdam is ingesteld bij Raadsbesluit van 21 maart 1917. De werkzaamheden waren aanvankelijk beperkt tot het vereffenen door overschrijving van de vorderingen en schulden van de gemeente, voortvloeiende uit de tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) bestaande distributiemaatregelen. Geleidelijk werden de werkzaamheden uitgebreid. Er werd gestart met een centraal inningssysteem voor de vorderingen van de gemeentebedrijven. Daarnaast besloot de Gemeenteraad op 6 maart 1918 dat ook particulieren in de gelegenheid zouden worden gesteld een rekening bij deze nieuwe gemeentedienst te openen. De particuliere banken zagen in deze gemeentebemoeienis aanvankelijk een aantasting van hun eigen belangen. Zij waren bevreesd, dat de gemeente gelden van particulieren zou aantrekken die anders bij de banken zouden zijn terecht gekomen. De centrale inning van de vorderingen van de gemeentebedrijven door tussenkomst van het Girokantoor werd in 1921 opgegeven, nadat daarover een uitvoering rapport door een speciaal daartoe ingestelde commissie was uitgebracht. Datzelfde jaar werden de werkzaamheden wederom uitgebreid door de instelling van een afzonderlijke deposito-afdeling. Rekeninghouders van het Girokantoor kregen hierdoor de gelegenheid om in ronde sommen van fl. 100,- gelden voor een jaar vast in deposito te geven tegen een hogere rente dan die voor de gewone rekening gold. Het maximumbedrag dat de gemeente in deposito mocht nemen werd bepaald op 10 miljoen gulden.

Het Girokantoor was in 4 afdelingen gesplitst. Afdeling A (Voorbereiding) was belast met het gereedmaken van de opdrachten voor het boeken van het debetwerk, vervolgens door middel van ponskaarten het uitoefenen van controle op de juistheid van de geboekte debetstukken en tenslotte het gereedmaken van de stukken voor de creditboeking. Afdeling B (rekening-courant-afdeling) was belast met het debiteren en crediteren van de rekeningen van de rekeninghouders. Afdeling A & C (Algemeen Beheer en Controle) bestond uit de onderafdelingen: algemene dienst, personeelszaken, controle, automatische giro (machtigingen), expeditie en correspondentie. Afdeling Kas tenslotte verzorgde de uitbetalingen en ontving de stortingen.

De eerste jaren van het Girokantoor verliepen moeizaam, deels door de ondervonden tegenstand, deels door de grote hoeveelheid werk. In de eerste tien jaar ontwikkelde het Girokantoor zich gestaag. Op 1 augustus 1936 werd de Girowet ingevoerd. Deze wet bepaalde, dat geen nieuwe gemeentelijke girodiensten konden worden opgericht zonder vergunning van het Rijk. Er werden zoveel voorwaarden aan de vergunning gesteld, dat de feitelijke bedoeling was de instelling van nieuwe gemeentelijke girodiensten tegen te gaan

Vanaf de tweede helft van de jaren vijftig van de twintigste eeuw werd de dienstverlening aanzienlijk uitgebreid en ontwikkelde de bank zich tot een retailbank, mede door de toenemende concurrentie van spaar- en handelsbanken en de landbouwkredietinstellingen. Per 1 januari 1979 was het Girokantoor niet langer een gemeentelijke instelling door de fusie met de Postchèque- en Girodienst, onderdeel van de PTT. Deze dienst werkte al enige jaren nauw samen met de Rijkspostspaarbank. Per 1 januari 1986 fuseerden beide instellingen tot de Postbank.

Geschiedenis van het archief en verantwoording van de inventarisatie

Het archief van het Gemeente Girokantoor werd in 1979 naar het Gemeentearchief overgebracht. Het archief werd in 1983 aangevuld met filmmateriaal (toegangsnummer 5238.AV) en in 1996 met de registers van rekeninghouders (inventarisnummers 1062-1155).

Het archief over de periode 1917-1967 was geordend aan de hand van een decimale code. Deze code is gebruikt vanaf 1920; over de beginjaren werden stukken zonder code aangetroffen en stukken waarop de code er (achteraf) met ballpoint is bijgeschreven. Uit correspondentie met het Girokantoor in verband met de overbrenging van het archief blijkt tevens, dat van de stukken tot 1967 de codering (op niet nader genoemd tijdstip) achteraf grof is gereconstrueerd. Blijkbaar was de oorspronkelijk ordening op zeker tijdstip uit elkaar gehaald of door elkaar geraakt. Deze reconstructie van de oorspronkelijke ordening is bij de inventarisatie overgenomen. Ook bleken deze stukken in twee bestanden te zijn onderverdeeld: over de jaren 1913-1940 waren de stukken eerst op jaar, en vervolgens op code geordend, en over de jaren 1941-1967 eerst op code, en vervolgens chronologisch. Ook dit onderscheid is in de huidige inventaris overgenomen. Als toegangen op deze stukken zijn alleen de agenda's voorhanden. Deze agenda's zijn chronologisch samengesteld op datum van ontvangst of verzending van het stuk. In de agenda's kan dus niet op code en dus op onderwerp gezocht worden. Tevens ontbreekt een lijst waaruit moet blijken welke stukken onder welke codering zijn weggeborgen. Grofweg is de volgende indeling aangehouden:

-10- Algemeen

-20- Gebouwen

-30- Personeel

-40- Financiën

-49- Reclame

-50- Afdelingen

-60- Kabinetsstukken

-70- Statistische gegevens

-80- Kantoormeubelen, artikelen, machines, dienstfietsen, dienstauto's

-86- Girobussen

-90- Politie en veiligheidsmaatregelen

In 1968 werd overgegaan op een nieuwe code, helaas ontbreken ook in dit geval zowel een onderwerpsgewijze toegang op de stukken als een omschrijving van de code. Om het ontbreken van een onderwerpsgewijze toegang op beide codes enigszins te omzeilen zijn tijdens de inventarisatie waar aanwezig, de omschrijvingen op de dossiers overgenomen. Per 1 januari 1977 tot aan de fusie werd gewerkt met de Basis Archief Code (BAC) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, voor de onderdelen Organisatie en Personeel; voor het onderdeel Taakuitvoering werd een eigen code gebruikt.

Naast de gecodeerde stukken bevatte het archief nog een groot aantal dossiers zonder code. Deze zijn beschreven onder rubriek 2.

Voor de overbrenging in 1979 is het archief uit de periode 1968-1976 op basis van de code door het Girokantoor geschoond. Van de vernietigde stukken zijn lijsten opgesteld. Het gedeelte van het archief tot 1968 en de jaren 1977-1978 is ongeschoond aan het Gemeentearchief overgedragen. Hieruit is tijdens de bewerking niet op code vernietigd. De ongecodeerde stukken werden wel geschoond, op basis van de 'Lijst van voor vernietiging in aanmerking komende stukken in gemeente-archieven', vastgesteld in 1983.

De omvang van het archief bedraagt 40,2 strekkende meter.

Archiefvormer

Gemeente Girokantoor
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.