30876: Archief van het Architectenbureau F.U. Verbruggen en P.R. Goldschmidt

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

30876

Periode:

1934 - 2007

Inleiding

Architectenbureau Verbruggen & Goldschmidt, 1938-1971.

Frits Ulfert Verbruggen (1916-1971) volgde begin jaren dertig privé-tekenlessen van Jaap Luttge (professor aan de Rijksacademie Amsterdam) en van 1932 tot 1936 een opleiding tot binnenhuisarchitect aan de Kunstnijverheidsschool (IVKNO) te Amsterdam, gefinancierd door Koos van de Leeuw (vennoot Van Nelle Fabrieken en theosoof). Van 1937 tot 1941 werkte hij als meubelontwerper voor Gebroeders Reens, Nederlandsche Fabriek voor Betimmeringen en Meubelen te Amsterdam, daarnaast had hij opdrachten voor meubelontwerpen en verbouwingen voor particulieren. Toen in 1941 de Joodse medewerkers van Reens ontslagen werden, begon hij als zelfstandige te werken.

Na de oorlog kwamen op verzoek van Gisèle van Waterschoot van der Gracht de broers Peter en Manuel Goldschmidt bij Frits Verbruggen als tekenaars werken. Zij behoorden tot de leerlingen van Wolfgang Frommel op de Quakersschool te Ommen en waren gedurende de oorlog ondergedoken bij Gisèle. Peter Rudolf Goldschmidt (1923-1987) studeerde al voor de oorlog bouwkunde aan de MTS en vanaf 1946 bouwkunst aan de Academie voor Bouwkunst te Amsterdam. In 1948 trad hij in dienst als tekenaar en na zijn opleiding associeerden Frits en Peter zich in 1951 tot het bureau Verbruggen & Goldschmidt. Naast zijn werk als architect maakte hij schilderijen en grafiek. Manuel Rudolf Goldschmidt bleef als tekenaar werken tot 1961 en deed daarnaast de redactie van het literaire en filosofische tijdschrift Castrum Peregrini.

Vanaf 1937 ontwierp Frits Verbruggen interieurs met bijpassende meubelen, ook ontwierp hij meubelen in opdracht van verschillende meubelfabrikanten. Hij kreeg opdrachten voor het verbouwen en inrichten van winkels waaronder de juwelierswinkels van Bernard en Herman Schipper in respectievelijk de Kalverstraat en de Heiligeweg. Na de oorlog kreeg hij ook grotere opdrachten zoals het verbouwen van kantoren en woonhuizen. In Noord-Brabant ontwierp hij in het kader van de Wederopbouw een aantal boerderijen. Doordat Frits na zijn opleiding aan de kunstnijverheidsschool cursussen in technische constructies had gedaan en Peter een goede technische opleiding had konden zij ook nieuwbouwprojecten gaan ontwerpen, zoals woonhuizen voor particulieren. In de jaren vijftig en zestig bouwden zij een aantal villa's in Bergen, Bergen aan Zee, Laren, Bosch en Duin, Wassenaar en ook in Amsterdam en Amstelveen; vaak ontwierp Frits ook de meubels voor het interieur. In Amsterdam ontwierpen zij in de Watergraafsmeer een aantal woonhuizen en in Slotervaart 52 woningen en 22 winkels aan de Johan Huizingalaan. Ook restaureerden zij enkele grachtenhuizen, o.a. het woonhuis van Frits Verbruggen, Leliegracht 19, en het pand van de Bankiersvereniging, Herengracht 134-136. In 1958 ontwierpen zij een stand voor Unilever op de Wereldtentoonstelling in Brussel, bekroond met de Grand Prix des Industries Chimiques. Doordat zij voor de directeur van de Handelsmaatschappij Overbeek in Rotterdam een villa in Wassenaar hadden gebouwd kregen zij in 1962 de opdracht een kantoorgebouw in Rotterdam te ontwerpen. Het bijzondere aan dit ontwerp was dat het een 'hangend' gebouw was: de verdiepingen werden van boven naar beneden aan een balkenconstructie om een betonnen koker opgehangen, waarin alle voorzieningen als leidingen en liften waren ondergebracht. Door de internationale aandacht die dit gebouw genereerde kregen ze ook de opdracht om dergelijke kantoorgebouwen te ontwerpen voor de Koninklijke Nederlandse Papierfabriek in Maastricht en de Oranjeveiling in Rotterdam. Helaas zijn deze ontwerpen nooit gerealiseerd.

In 1963 was Frits betrokken bij de oprichting van de Rosa Spier Stichting en nadat er in Laren een terrein was aangekocht, gefinancierd door Henriette Polak-Schwarz, kreeg het bureau de opdracht het Rosa Spier Huis, een verzorgingshuis met ateliers voor oudere "kunstenaars en intellectuelen" te ontwerpen. Het werd een paviljoenbouw met een theater en expositieruimte en tuinen waarvan de aanleg in nauwe samenwerking met tuinarchitecte Mien Ruysch was ontworpen. Eind jaren zestig werd nog het Joods Bejaardenhuis in Bussum gebouwd (voltooid in 1972) en werd er een ontwerp gemaakt voor zeshoekige vakantiebungalows voor verschillende locaties in Nederland. Door het overlijden van Frits in 1971 is dit ontwerp echter nooit afgemaakt.

Het architectenbureau Verbruggen & Goldschmidt was gevestigd op Leliegracht 12 en vanaf 1961 op Leliegracht 19 te Amsterdam. Het bureau, dat stilitisch tot de stroming van het Modernisme gerekend kan worden, was geïnspireerd door het Nieuwe Bouwen van Gerrit Rietveld en Le Corbusier. Het was in de loop der tijd uitgegegroeid tot een middelgroot architectenbureau met circa acht medewerkers. Na het overlijden van Frits Verbruggen werden de lopende opdrachten afgemaakt, waarna de chef de bureau Hans Knopper het bureau in 1972 overnam; deze heeft ook het archief van de laatste jaren overgenomen. Peter Goldschmidt ging in San Casciano in Italië wonen, waar hij zich verder aan het schilderen wijdde. Het archief is helaas niet compleet, maar geeft desalniettemin een goed overzicht van een Amsterdams architectenbureau in de jaren veertig tot en met zestig. Het archief bevat hoofdzakelijk ontwerptekeningen, aangevuld met presentatie- en perspectieftekeningen, veelal aquarellen. Ook bevat het archief van veel van de uitgevoerde projecten contemporaine foto's, vervaardigd door de fotografen Jaap d'Olivieira, Carel Blazer, Jan Versnel, Corstiaan van Rouendal e.a. Tenslotte bevat het archief nog documentatie betreffende enkele grote projecten, welke later aan het archief zijn toegevoegd.

Archiefvormer

Architectenbureau F.U. Verbruggen en P.R. Goldschmidt
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.