30648: Archief van de Dienst Ruimtelijke Ordening

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

30648

Periode:

1980 - 1989

Inleiding

De organisatie

Per 1 januari 1980 werd de sector Stadsontwikkeling van de Dienst Publieke Werken bij raadsbesluit van 26 september 1979, nr. 1005, een zelfstandige gemeentelijke dienst, genaamd Dienst Ruimtelijke Ordening. De taak van de Dienst Ruimtelijke Ordening was geregeld in de “Verordening op de Dienst Ruimtelijke Ordening”, die tegelijk met het raadsbesluit van 26 september werd vastgesteld.

Deze taak omvatte in het bijzonder het geven van beleidsadviezen over de ruimtelijke ontwikkeling en daarmee de voorbereiding van de bestuurlijke besluitvorming. Dit hield ook in het integreren en optimaliseren van de verschillende belangen en beleidsdoelstellingen met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkeling. Afwegingen met betrekking tot aanspraken op de ruimte werden gemaakt, rekening houdend met zowel maatschappelijke als financieel economische aspecten.

Aan het hoofd van de organisatie stond een directeur in de persoon van ir. A. de Gier, tot diens overlijden op 1 augustus 1980, daarna berustte de leiding bij waarnemend directeur ir. D.L.H. Slebos, tot 1 september 1981 toen ir. A.W. Oskamp deze functie op zich nam.

Naast de directeur was er ook een adjunct-directeur.

De directie werd ondersteund door een Centraal Secretariaat en een afdeling Personeel en Organisatie. De organisatie bestond verder uit vier hoofdafdelingen, waarvan drie op het gebied van de taakuitoefening namelijk de afdelingen Structuur, Planvorming en Beheer en één afdeling op het gebied van interne aangelegenheden namelijk de afdeling Financiën, Beheer en Beeldvorming. Aanvankelijk telde de dienst 346 formatieplaatsen.

In het kader van de binnengemeentelijke decentralisatie vond, vooral vanaf 1984, verregaande deconcentratie van de taken van de dienst naar de nieuwe stadsdelen plaats. Zo werden bijvoorbeeld bestemmingsplannen binnen de stadsdelen door de desbetreffende stadsdelen zelf opgesteld, vastgesteld, uitgevoerd en gehandhaafd. Medewerkers werden dan ook op grote schaal naar de stadsdelen overgeplaatst.Als gevolg hiervan werd de dienst grondig gereorganiseerd, zij hield zich hierna alleen bezig met centraal stedelijke taken en met de nog niet tot stadsdeel omgevormde Binnenstad.

In 1987 was de organisatie conform haar taken opgebouwd uit de volgende afdelingen: Centraal Stedelijke Taken, Binnenstad, Dienstverlening en Productvorming, Decentraal (oost en west) en enige afdelingen voor interne aangelegenheden. De personeelsbezetting daalde tussen 1987 en 1989 van 293 tot 243 fte’s.

Verantwoording van de inventarisatie

Het archief vóór de inventarisatie was geordend volgens de “Basisarchiefcode voor de gemeentelijke, regionale en provinciale administraties”. Deze ordening is bij de inventarisatie gehandhaafd.

Verder dient vermeld te worden dat, om te voorkomen dat de rubriek ruimtelijke ordening (codenumer-1.731) onevenredig veel beschrijvingen zou bevatten, deze rubriek onderverdeeld is in subrubrieken op basis van locatie. Het criterium voor deze subindeling is de gebiedsindeling zoals deze door de dienst zelf werd gehanteerd. Alleen met betrekking tot stukken betreffende het tuinbouwgebied Sloten, de IJ-oevers en IJburg is gekozen om een extra rubriek te maken, vanwege de samenhang tussen deze stukken en de unieke planologische status van deze gebieden in de onderhavige periode. Op 11 april 1990 werd ook besloten deze gebieden als grootstedelijk projecten aan te wijzen, waarvan de ontwikkeling niet door de stadsdelen ter hand werd genomen maar door de centrale stad.

Voor de bewerking bedroeg de afmeting van het archiefblok 77 strekkende meter. Op basis van de “Lijst van voor vernietiging in aanmerking komende stukken in gemeente-archieven” (Staatscourant 20 december 1983), is 40,5 strekkende meter vernietigd. Derhalve bleef 36,87 strekkende meter over voor blijvende bewaring en overbrenging naar het Stadsarchief.

Het archief bestaat uit de inventarisnummers 1 t/m 869 en 1001 t/m 1495. De volgende inventarisnummers bestaan om diverse redenen niet meer: 21, 420, 461, 705, 833 en 1310. Van de inventarisnummers 1312 t/m 1315 is helaas onduidelijk waar deze zich bevinden; zij zijn als vermist geregistreerd.

Toelichting op de inventaris

Deze inventaris bevat een opsomming van beschrijvingen van de aanwezige archiefbescheiden (stukken, series, dossiers) volgens rubriek, daarbinnen volgens subrubriek en vervolgens chronologisch. Elke beschrijving verwijst naar het inventarisnummer, waar onder het stuk of de stukken in de dozen terug te vinden zijn.

Archiefvormer

Dienst Ruimtelijke Ordening
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.