30561: Archief van Oscar van Leer

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

30561

Periode:

1920 - 2003

Inleiding

1. Levensloop

Jacques Oscar van Leer is op 15 november 1914 geboren in Amsterdam. Hij is de tweede zoon van industrieel Bernard van Leer en zijn vrouw Polly van Leer-Rubens. In zijn jonge jaren is Oscar lid van de voetbalclub H.F.C. (Haarlemsche Football Club). Hij leest veel en speelt niet onverdienstelijk piano. De jonge man studeert van 1932 tot en met 1934 wis- en natuurkunde maar beëindigt zijn studie niet. Oscar is erg geïnteresseerd in de filmindustrie en doet de montage van enkele speelfilms.

In 1939 richt Oscar samen met zijn vader de bedrijven Van Leer’s Optische Industrie en Vereenigde Acoustische Bedrijven op. Het eerste bedrijf is gevestigd in Delft en is gespecialiseerd in optische technieken en fijnmechanica, het tweede bedrijf zit in Amsterdam en is gespecialiseerd in geluidstechnieken voor filmzalen en andere openbare gelegenheden.

In 1941 wordt zijn vader gedwongen om alle Van Leer bedrijven te verkopen, inclusief de beide bedrijven van zijn zoon. Oscar vraagt dr. A. Bouwers, die op dat moment werkzaam is bij Philips, de leiding over Van Leer’s Optische Industrie te nemen. Na de oorlog zal dit bedrijf voortgezet worden als N.V. Optische Industrie de Oude Delft, waarvan Oscar eerst commissaris en later president-commisaris wordt. Vereenigde Acoustische Bedrijven wordt na de oorlog ontbonden.

In juni 1941 vertrekt Oscar met zijn ouders, zijn broer Wim en zijn vriendin Lily Bosman naar de Verenigde Staten. Oscar en Lily trouwen in de Verenigde Staten, maar in 1949 wordt een scheiding uitgesproken. Lily Bosman ontmoet een nieuwe partner, de schilder Cornelius Postma. Oscar zal met beiden een lang en warm contact houden.

Oscar vindt rond 1944 opnieuw emplooi in de optische industrie, ditmaal als president en general manager van Ray Control Company, gevestigd in Pasadena. Hij verkrijgt vrijstelling voor militaire dienst op grond van zijn onmisbaarheid als ondernemer. Na de oorlog ontvangt dit bedrijf de Army-Navy Award for outstanding production of war materials. In 1947 benoemt Bernard van Leer hem tot adviseur van Van Leer’s Verenigde Fabrieken (Van Leer). Een jaar later wordt hij general manager van de door Van Leer overgenomen machinefabriek Grotnes Machine Works te Chicago. Intussen studeert hij rechten aan de Northwestern University. Zijn juridische achtergrond helpt hem ook wanneer hij samen met Bernard van Leer’s huisjurist M.J.C. Vrij de nalatenschap van Bernard van Leer voorbereiden. Bernard van Leer legt vast dat hij zijn vermogen na zijn overlijden schenkt aan de door hem opgerichte Bernard van Leer Stiftung te Luzern. Alle erfgerechtigden ondertekenen een belofte waarin ze afzien van de toekomstige nalatenschap en krijgen in plaats daarvan legaten. De Bernard van Leer Foundation wordt de juridische eigenaar van Van Leer’s Verenigde Fabrieken. Er komt een tweehoofdige directie bestaande uit J. Bouw, al sinds lange tijd Bernard van Leer’s tweede man, en Oscar van Leer. Beide mannen zijn ook voorzitter resp. vice-voorzitter van de Stiftungsrat van de Bernard van Leer Stiftung. Oscar vestigt zich te Kortenhoef maar behoudt de Amerikaanse nationaliteit. Na de dood van zijn vader heeft hij de beschikking over een groot geldbedrag dat in het vermogensfonds ‘Atlanta Foundation’ is ondergebracht. Dit fonds is bedoeld om alle legaten te betalen die zijn vastgelegd in het testament van Bernard van Leer. Het surplus uit dit fonds mag hij besteden aan schenkingen aan mensen en projecten aan wie zijn vader volgens hem ook geschonken zou hebben. Zijn moeder ontvangt een ruim legaat dat haar in staat stelt om haar activiteiten voor de Van Leer Jerusalem Foundation for the Advancement of Human Culture in Israel, het land waar Polly van Leer zich in 1947 heeft gevestigd, voort te kunnen zetten.

In 1960 treedt Oscar in het huwelijk met de Franse Ruth Clelouche. J. Bouw, samen met Oscar verantwoordelijk voor de leiding van het concern en de Stiftung, overlijdt in 1964. Een jaar later wordt het bureau van de Bernard van Leer Stiftung, vanaf nu Foundation genoemd, gevestigd in Den Haag. Ook Van Leer’s Verenigde Fabrieken ondergaat een naamswijziging in 1969. Ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan wordt aan de onderneming het predikaat ‘Koninklijke’ toegekend. De nieuwe naam luidt ‘Koninklijke Emballage Industrie Van Leer N.V.’ of op zijn engels ‘Royal Packaging Industries Van Leer N.V.’ De 26 ondernemingen die tot het concern behoren zijn verspreid over de werelddelen Europa, Afrika, Azië, Australië en Amerika.

In 1971 wordt de Nederlandse Bernard van Leer Foundation opgericht, die de rechten en verplichtingen van de Bernard van Leer Stiftung overneemt. In de afgelopen jaren is veel tijd gestoken in het formuleren van een hoofddoelstelling en met de vestiging van de Foundation in Nederland zijn de lijnen veel korter geworden. In grote lijnen houdt de Foundation zich bezig met projecten op het gebied van kinder- en jeugdzorg in de landen waar zich vestigingen van het Van Leer-concern bevinden. Het beheer van de bedrijven wordt uitgevoerd door de Van Leer Group Foundation. Deze stichting is ook verantwoordelijk voor de jaarlijkse winstuitkeringen waarmee de projecten van de Bernard van Leer Foundation worden uitgevoerd.

Op persoonlijk vlak zijn het voor Oscar enerverende tijden. Hij wordt gezien als een rijke, succesvolle zakenman. Hij kent tal van zakenlieden, wetenschappers, stichtingsbestuurders, artiesten en schrijvers. Met de beschikbaarheid van de gelden van de Atlanta Foundation kan hij zich een zekere vrijgevigheid veroorloven. Zo betaalt hij via de Atlanta Foundation alle rekeningen voor de bijeenkomsten van the Frensham Group, een informeel georganiseerde groep van wetenschappers die bestond tussen 1967 en 1974. In dezelfde periode organiseert de zakenman op het kasteel Drakensteyn regelmatig ontmoetingsavonden waar H.K.H. Prinses Beatrix en Prins Claus in contact komen met vooraanstaande musici, schrijvers en beeldend kunstenaars. Daarbij worden ook de prinsjes niet vergeten: zijn vriend Cornelius Postma geeft hen tekenlessen.

In 1970 ontmoet Oscar de schrijfster Dola de Jong, met wie hij in 1971 gaat samenwonen in Amstelveen. Een definitieve scheiding met Ruth Clelouche wordt pas in 1979 uitgesproken. Samen met Dola de Jong betrekt hij een verbouwde boerderij aan de Amsteldijk Noord te Amstelveen. In 1973 overlijdt Polly van Leer-Rubens. Na haar dood zal de betrokkenheid van de Bernard

van Leer Foundation bij wat nu het Van Leer Jerusalem Institute heet op een andere wijze worden voortgezet. Het grootste deel van de financiering komt nu niet langer voor rekening van de Bernard van Leer Foundation, maar van het Van Leer Group Fund. Andere financiële verplichtingen aan goede doelen in Israel worden geleidelijk stopgezet of ontvangen eveneens steun van het Van Leer Group Fund.

Oscar van Leer blijft een warm pleitbezorger van Israel. In de periode 1972-1976 reist hij vaak naar Israel, waar hij voorzitter is van een adviesorgaan dat de eerste minister van Israël van advies voorziet. Van Leer is in deze periode onder andere betrokken bij ‘’the Electro-Optical Corporation’(El-Op), een bedrijf dat hij rond 1965 zelf heeft helpen oprichten. Ook is hij betrokken bij Sor-Van, een bedrijf waar met radio-actief materiaal wordt gewerkt. De staat Israël heeft eveneens belangen in beide bedrijven.

In 1979 neemt Van Leer afscheid als president-commissaris van de Koninklijke Emballage Industrie Van Leer N.V. Een aantal zakelijke belangen worden ondergebracht in de holding Crecor (Credo Corporation). Zo slaat het verpakkingsconcern twee vliegen in één klap. Het concern kan niet meer aangesproken worden op pro-Israël activiteiten en Crecor heeft op termijn een aantal interessante inkomstenbronnen. Crecor richt in 1985 in samenwerking met instituut Schoevers een opleiding voor directiesecretaresses in Israël op. Dit ‘Institute for the Development of Executive Assistants’ wordt rond 1991 van de hand gedaan.

Oscar van Leer treedt in 1987, als hij de statutaire maximumleeftijd voor het bestuurslidmaatschap heeft bereikt, af.

Vanaf 1982 woont Oscar van Leer in Eemnes in het huis Malpertuus. In 1984 ontmoet hij Julia Marlene Studebaker, met wie hij samenwoont tot zijn dood in januari 1996. Na zijn dood wordt zijn lichaam ter beschikking van de wetenschap gesteld.

2. Verantwoording van de bewerking

Het privé-archief van Oscar van Leer is in 2010 aan het Stadsarchief geschonken. Het archief is een interessante aanvulling op de archieven van Koninklijke Emballage Industrie Van Leer (toegangsnummer 1621) en Bernard van Leer Foundation (toegangsnummer 30065). Stukken uit deze beide archieven welke een privékarakter dragen, zijn toegevoegd aan het privé-archief van Oscar van Leer. Het gaat hierbij om inventarisnummers 1657-1737 uit toegangsnummer 1621 en Bij de bewerking van het archief is een dossier dat betrekking heeft op de ontwikkeling van een bepaald type vat toegevoegd aan toegangsnummer 1621 en wel onder het nummer 953A. Een fotoalbum met foto’s van vestigingen, bedrijfsprocessen en logistiek van het vooroorlogse concern dat aan Oscar van Leer in zijn capaciteit als oud-topman van de Koninklijke Emballage Industrie Van Leer, met een korte toelichting, is eveneens toegevoegd aan toegangsnummer 1621 en wel onder de nummers 1745A-B.

Ook stukken betreffende de viering van het Golden Jubilee van Van Leer Containers (Nigeria) Ltd. is toegevoegd aan toegangsnummer 1621 onder het nummer 1120A.

Enkele stukken zijn toegevoegd aan inventarisnummers van toegangsnummer 1621. Het gaat om een toespraak van Oscar van Leer op de eerste bijeenkomst van speldjesdragers in 1969 (133), stukken betreffende de aanpassing van het Van Leer-concern en de ontwikkeling van de Van Leer-entiteit (79), een concept van een toespraak tot de eerste ondernemingsraad van het Van Leer-concern in 1960 (645), een toespraak tot de president-curator en de curatoren, alsmede tot de rector magnificus en verdere gasten bij de instelling van het C. Gelderman-fonds aan de Technische Hogeschool te Delft (576), enkele stukken betreffende de opening van het bedrijf Van Leer Industrial te Haifa in 1949 (1225) en een tweetal korte brieven van Jacques Oscar van Leer aan zijn vader Bernard van Leer (1495). Het archief is onderverdeeld in 3 hoofdrubrieken, waarvan 2 met onderliggende rubrieken. Hoofdrubriek 1, stukken betreffende het persoonlijk leven is onderverdeeld in de rubrieken correspondentie, personalia, familiebetrekkingen en bezittingen en vermogen.

Ingekomen brieven zijn voorzover ze betrekking hebben op meer dan één onderwerp ondergebracht in de rubriek correspondentie, evenals minuten van uitgaande stukken. Stukken betreffende familieaangelegenheden zijn ondergebracht in de rubriek familiebetrekkingen en stukken betreffende persoonlijke bezittingen en vermogen zijn ondergebracht in de rubriek bezittingen en vermogen.

Hoofdrubriek 2, stukken betreffende het maatschappelijk leven is onderverdeeld in de rubrieken bestuurder en lid van stichtingen en raden en bestuurder van bedrijven.

Rubriek 2.1 bevat stukken die zijn voorgekomen uit het lidmaatschap van raden en commissies, met uitzondering van het het grootste deel van de stukken betreffende zijn bestuurslidmaatschap van de Bernard van leer Stiftung en zijn rechtsopvolger de Bernard van Leer Foundation (toegangsnummer 30065). In enkele gevallen is een verwijzing gemaakt naar stukken over hetzelfde onderwerp in het archief van de Bernard van Leer Foundation. Het gaat hierbij om stukken over het echtpaar Richard Hauser en Hepzibah Hauser-Menuhin, stukken die verband houden met Oscar's belangstelling voor de Hongaarse componist Zoltán Kodály en diens invloed, aantekeningen en concepten betreffende de lange termijn visie van de Bernard van Leer Foundation zoals die is vastgelegd in het 'Programme for the Eighties' en stukken betreffende de samenhangende projecten Integrated Economic Development en Relevant Technoglogy in Nigeria.

Rubriek 2.2 bevat stukken die zijn voorgekomen uit het ondernemerschap van bedrijven die niet tot N.V. Koninklijke Emballage Industrie Van Leer N.V. (toegangsnummer 1621) behoren.

Rubriek 3 bevat stukken die niet zijn gevormd of ontvangen door Oscar van Leer maar op enigerlei wijze in zijn bezit zijn gekomen.

Archiefvormer

Leer, J.O. van (Oscar, 1920-2003)
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.