30225: Archief van de Universiteit van Amsterdam; Subfaculteit Tandheelkunde en van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

30225

Periode:

1962 - 1997

Inleiding

Al sinds 1946 werd bij de Faculteit der Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam gesproken over een opleiding in de Tandheelkunde. In 1962 begon het onderwijs daadwerkelijk en in 1964 kwam een Subfaculteit Tandheelkunde binnen de medische faculteit tot stand. Ook aan de Vrije Universiteit werd in 1968 een Subfaculteit Tandheelkunde opgericht. Beide subfaculteiten zouden later het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) gaan vormen.

Aanleiding voor de samenwerking tussen de Amsterdamse universiteiten was de opdracht van de Rijksoverheid in 1983 om te zorgen voor taakverdeling en concentratie (de zogenoemde 'TVC-ronde' of 'TVC-operatie') in het wetenschappelijk onderwijs. Een eerder verzoek van de VU aan de UvA om tot een samenwerking op het gebied van de tandheelkunde te komen dateerde overigens al uit 1963. Praktische problemen rond de inschrijving en ondersteuning van studenten hadden de UvA toen van samenwerking weerhouden. Maar in 1983 werd dan toch de kiem gelegd voor een gezamenlijke organisatie: ACTA. Een historische eerste vergadering van de gezamenlijke Subfaculteitsraad vond plaats op 21 november 1985. In april 1984 was een reorganisatie begonnen, die echter langzaam op gang kwam. Beide subfaculteiten behielden hun ondersteunende afdelingen, maar een gemeenschappelijke organisatie was vereist voor de onderwijsadministratie, voor de studentenadministratie, voor het maken van het rooster van het onderwijsprogramma en voor overige hiermee rechtstreeks samenhangende activiteiten.Op 20 maart 1987 nam de Minister een definitieve beslissing ten aanzien van de Tandheelkunde-opleidingen in Nederland. Van de vijf faculteiten Tandheelkunde in Nederland werd die van de Rijksuniversiteit Utrecht opgeheven, terwijl de faculteiten Tandheelkunde van de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit als complementaire afdelingen werden ondergebracht in één organisatie, te weten het toen al sinds drie jaar functionerende ACTA. De complementaire samenwerking in ACTA was gedurende het studiejaar 1988/89 voltooid, toen een geïntegreerd curriculum Tandheelkunde in alle vijf cursusjaren gerealiseerd was.

Het fusieproces van de Tandheelkunde-opleidingen van de VU en de UvA was op 1 januari 1988 formeel voltooid. ACTA beschouwde zichzelf vanaf dat moment als de centrale tandheelkundevestiging in Nederland. Ook de clustervorming (het samengaan van vakgroepen in clusters) op was 1 januari 1988 een feit. In 1989 vierde ACTA zijn eerste lustrum. In datzelfde jaar legden de eerste ACTA-studenten hun tandartsexamen af.

Het Academisch Centrum Tandheelkunde verzorgt onderwijs, verricht wetenschappelijk onderzoek en verleent patiëntenzorg op het gebied van de Tandheelkunde en beschikt over eigen klinieken voor geavanceerde behandelingen. ACTA had in 1995 ongeveer 500 studenten, 550 medewerkers en behandelde dagelijks ongeveer 600 patiënten. Het aantal studenten zou in de jaren daarna toenemen tot 850 studenten in 2005.

De missie van ACTA is het bevorderen en stimuleren van het wetenschapsgebied Tandheelkunde. Patiëntenzorg is een noodzakelijke voorwaarde voor het bereiken van de missie en vormt dan ook een essentieel onderdeel van het functioneren op elk van de vier kernactiviteiten, namelijk onderzoek, onderwijs, tandheelkundige zorg (advanced care) en het bevorderen en stimuleren van de toepassing van (verbeterde) tandheelkundige inzichten, methoden en technieken in de tandheelkundige praktijkvoering.

Inrichting van het bestuur en de organisatie

Binnen ACTA zijn sinds 1988 de volgende organen te onderscheiden: de raad (24 personen), het bestuur (6 personen, te weten van beide subfaculteiten Tandheelkunde de decaan, een lid van het wetenschappelijk personeel en een student), de directeur, het faculteitsbureau en de vakgroepen. Er is ook een studieraad, die is samengesteld uit studentenvertegenwoordigers uit alle jaren en de studenten die lid zijn van de belangrijke instanties en commissies (zoals het ACTA-bestuur, de faculteitsraad, de onderwijscommissie).

Er waren vaste commissies voor Wetenschapsbeoefening (VCW), voor Onderwijs (VCO), voor Begroting, Beheer en Personeelszaken (BBP), voor de Kernstructuur (VCK), voor de Examens, met aparte propedeutische - en doctoraal-examencommissie. Daarnaast waren er Studierichtingcommissies voor de Studierichting Tandheelkunde en voor de Opleiding tot Tandarts.

Bij de fusie tussen de beide subfaculteiten kregen de betrokkenen te maken met twee organisatieculturen en eveneens met verschillen in regelgeving. Ook de externe communicatie van de organisatie onderging invloeden van beide universiteiten. In 1992 werd de wens uitgesproken dat ACTA blijvend wilde passen zowel in de cultuur van de Vrije Universiteit als in die van de Universiteit van Amsterdam. In 1994 liet het bestuur echter onderzoek doen naar de mogelijkheid van de verzelfstandiging van ACTA. Het College van Bestuur van de UvA besloot in 1995 tot verzelfstandiging. In december 1995 werd in een reglement gesproken van 'Samenwerkingsinstituut ACTA'. In 1996 kwamen de UvA en VU een Gemeenschappelijke Regeling overeen, die goedgekeurd werd door de Minister van Onderwijs en Wetenschappen. ACTA kreeg daarin een driehoofdig bestuur. De faculteitsraad werd verkleind en in 1996 werd de raad vernieuwd.

Op 1 januari 1988 werd het clustersysteem ingesteld, waarin per cluster verschillende klinische vakken (en vakgroepen) werden samengevoegd, namelijk

  1. Funktieleer: Tandheelkundige Materiaalwetenschappen (vanaf mei 1989 cluster II)
  2. Craniomandibulaire Dysfunktie, Prothetische Tandheelkunde , Orale Implantologie
  3. Cariologie & Endodontologie: Cariologie/Endodontologie, Pedodontologie en vanaf mei 1989 Tandheelkundige Materiaalwetenschappen
  4. Parodontologie
  5. Klinische Tandheelkunde: Algemene Ziektekeer en Inwendige Geneeskunde, Mond en Kaakchirurgie
  6. Orthodontie: specialistenopleiding, Orale Celbiologie
  7. Radiologie: Orale radiologie, Sociale Tandheelkunde, Tandheelkundige Klinische vakken,Voorlichtingskunde/Epidemiologie
  8. Algemene Kliniek: Poli, Indicatie, Patiëntenregistratie, Sterilisatie Hygiëne en Uitgifte,Klinisch onderwijs
  9. Directie, Personeels Bureau, Faculteitsbureau, Financiële Administratie, Centraal Magazijn, Audiovisueel Centrum, Mediatheek, studieadviseur, automatisering, instrumentenmakerij, huisvestingsdienst.

Onderwijs

Tandheelkunde is een vijf-jarige vakopleiding. Naast een algemeen biologische basisscholing met nadruk op het hoofd-halsgebied, neemt de praktische opleiding, zoals de behandeling van patiënten, in het onderwijsprogramma een belangrijke plaats in. Voor de studenten betekent de samenwerking tussen VU en UvA dat de onderwijsprogramma's van beide (sub)faculteiten identiek zijn. Docenten waren afkomstig van beide faculteiten.

Postacademisch Onderwijs Tandheelkunde (PAOT) verzorgt bij- en nascholingscursussen voor tandartsen. Vanaf 1997 gebeurt dit onder de hoede van ACTA onder de noemer ACTA PAOT.

Vakgroep orthodontie

In 1962 begon in Nederland als eerste land in Europa een gestructureerde opleiding voor orthodontisten. Het programma, cursorisch van opzet, duurde vier jaar en werd eenmaal in de twee jaar met vier tot vijf assistenten gestart. De Orthodontie, in de Nederlandse wet Dentomaxillaire Orthopaedie genoemd, is een erkend specialisme binnen de Tandheelkunde. Het vakgebied omvat de studie van de normale en abnormale groei en ontwikkeling van het craniofaciale gebied, de preventie en behandeling van orthodontische en gelaatorthopedische afwijkingen. De klinische orthodontie is zowel gericht op de begeleiding van de gebitsontwikkeling en de gelaatsgroei als op de correctie van ontstane afwijkingen door middel van (1) het veranderen van de positie van individuele of groepen gebitselementen, (2) het beïnvloeden van de groei van het craniofaciale gebied, (3) het wijzigen van binnen het craniofaciale gebied uitgeoefende functies en/of het ingrijpen in de functionele omstandigheden.

De Vakgroep Orthodontie heeft vanaf het begin in 1984 deel uitgemaakt van ACTA. Zij vormde samen met de Afdeling Orale Celbiologie Cluster V binnen ACTA. Prof. dr. Birte Prahl-Andersen heeft zich binnen de Vakgroep Orthodontie voornamelijk toegelegd op de behandeling van schisispatiënten en patiënten met ernstige craniofaciale afwijkingen. Voor haar inzet en bijdrage aan de kwaliteit van de Orthodontie in Nederland kreeg zij in 1996 de door de Nederlandse Vereniging voor Orthodontische Studie uitgereikte Van Loon Prijs. Dr. Prahl-Andersen was onder andere opleider van specialisten in de dentomaxillaire orthopedie en voorzitter van de afdeling Orthodontie van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). Ook na haar officiële afscheid is zij binnen de Vakgroep werkzaam gebleven. In 1996 heeft de vakgroep het ISO 9001-certificaat voor een systematisch kwaliteitssysteem verkregen, dat borg staat voor adequate kwaliteitszorg.

Verantwoording van de bewerking

De inventarisatie van het archief van de Subfaculteit der Tandheelkunde en ACTA heeft plaatsgevonden in het kader van het DIV-Archiefproject van de Universiteit van Amsterdam, dat begin 2002 werd gestart. Ter uitvoering van de Archiefwet van 1995 zijn de archieven van de diverse universitaire instellingen van vóór 1997, de invoering van de Wet op de Modernisering van het Univeritair Bestuur (MUB), opgespoord. Daarbij gaat het vooral om archieven van faculteiten, subfaculteiten, instituten en vakgroepen, die nadat ze zijn opgespoord, worden bewerkt en vervolgens worden overgebracht naar het Gemeentearchief Amsterdam.

Het archief is in goede en overzichtelijke staat aangetroffen. Reeds elders gearchiveerde stukken, dubbelen en stukken van persoonlijke aard die in de archieven teruggevonden werden, zijn vernietigd. Gezien het ontbreken van de meeste originele ingekomen stukken bij het vakgroepsbestuur Orthodontie, zijn de kopieën hiervan bewaard en in deze inventaris opgenomen.

Het archief van ACTA was grotendeels chronologisch geordend. Onderwerps- of dossierordening kwam vrijwel niet voor. Het grootste deel van het archief bestaat daardoor uit ingekomen stukken en afschriften van uitgaande stukken. De ingekomen stukken zijn alle gestempeld en hebben een jaar- en volgnummers. Een deel van de ingekomen en de afschriften van uitgaande stukken is terug te vinden in registers van ingekomen en uitgaande stukken. Met uitzondering van het archief van de Vakgroep Orthodontie, zijn geen archieven van afzonderlijke vakgroepen aangetroffen. Ook het archief van de Vakgroep Orthodontie was grotendeels chronologisch geordend.

Een collectie oude tandheelkundige instrumenten (de zogenoemde collectie Duyzings) bevindt zich bij het Universiteitsmuseum van de Universiteit van Amsterdam. De Vakgroep Orthodontie beschikt over een zogeheten Collectie Meppel, een verzameling gebitsmodellen, afkomstig van de Universiteit Utrecht na de sluiting van haar faculteit.

Overdracht en openbaarheid

Bij de aanvang van de bewerking van de archieven van de Subfaculteit Tandheelkunde van de UvA en van ACTA bij het Archief-project bleek uit de periode tot 1997 ongeveer 35 m' te zijn bewaard. Hiervan is uiteindelijk 21 m' overgedragen aan het Gemeentearchief. Het archief van de voormalige Subfaculteit Tandheelkunde van de Vrije Universiteit bevindt zich bij het Archiefbureau van die universiteit. Voor de overbrenging van het archief van ACTA heeft het College van Bestuur van de VU in 2007 toestemming gegeven.

In 2007 zijn de archieven van ACTA zijn op ¿ datum (conform de Archiefwet 1995 en het KB van 1 mei 2001, Stb. 229), formeel overgebracht naar het Rijksarchief in Noord-Holland, dat tegelijkertijd een uitleningsovereenkomst heeft gesloten met het Gemeentearchief Amsterdam overgebracht naar het Gemeentearchief van Amsterdam.

Het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam heeft vooral met het oog op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer de openbaarheid van een gedeelte van het archief vanaf 1975 voor dertig jaar beperkt. Deze stukken mogen alleen met toestemming van de gemeentearchivaris en onder beperkende voorwaarden worden geraadpleegd. Van de overbrenging zijn de examenregisters uit de laatste veertig jaar uitgesloten. Zij worden bewaard bij de afdeling Documentaire Informatievoorziening van de Universiteit van Amsterdam.

Archiefvormer

Universiteit van Amsterdam; Subfaculteit Tandheelkunde
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.