1511: Archief van de Amsterdam Türkiyeli Kadýnlar Birlidi; Hongerstakende Vrouwelijke Witte Illegalen

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

1511

Periode:

1999 - 2001

Inleiding

Op 2 februari 1999 bezetten een groep van ca.15 Turkse vrouwen zonder verblijfsvergunning het gebouw van de ATKB (Vereniging van Vrouwen uit Turkije in Amsterdam) om daar een hongerstakingsactie te beginnen. Aanleiding was de invoering van de Koppelingswet (juli 1998) waarbij het voor illegalen onmogelijk werd om aanspraak te maken op de zogenaamde collectieve voorzieningen zoals bijstandsuitkering, huursubsidie en studiefinanciering. Met de invoering van de Koppelingswet kwamen alleen ‘witte illegalen’ die konden aantonen dat ze langer dan zes jaar hier in Nederland waren en premies betaalden in aanmerking voor een verblijfsvergunning alle andere ‘witte illegalen’ die dat niet konden zouden het land worden uitgezet (een van de bekendste witte illegalen is Zekeriya Gümüs, zie archiefblok 1518 – Comité Gümüs Moet Blijven).

De vrouwen eisten met hun actie een verblijfsvergunning voor iedereen die kon aantonen dat ze vóór de invoering van deze wet legaal waren; doordat ze bijvoorbeeld waren ingeschreven bij het bevolkingsregister of een sofi-nummer hadden. Daarnaast eisten zij zelfstandig verblijfsrecht voor vrouwen en afschaffing van de Koppelingswet (inv.nr. 6)

De vrouwen werden bij hun actie bijgestaan door het landelijk comité ‘Geen mens is illegaal’ waarin vertegenwoordigers zaten van Amsterdam Anders, het ATKB, de Fabel van de Illegaal en Nederland Bekent Kleur. Ter ondersteuning van de hongerstakende vrouwen en de ‘witte illegalen’ organiseerde het Comité onder andere een fakkeltocht en een grote demonstratie getiteld ‘Legaliseer de Slachtoffers van de Koppelingswet’ (inv.nrs. 20 en 21).

De burgemeesters van de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag) boden op 8 maart 1999 aan om de staatssecretaris van Justitie, Job Cohen, te adviseren over de dossiers van de ‘witte illegalen’ en dan met name over gezinsomstandigheden en mate van inburgering. Op basis van dit advies zou de staatssecretaris besluiten om al dan niet van zijn discretionaire bevoegdheid gebruik te maken om deze mensen alsnog een verblijfsvergunning toe te kennen (inv.nr. 24).

Op 12 maart 1999 besloten de vrouwen hun hongerstaking te beëindigen, ze gaven daarmee gehoor aan de oproep van vele politici die hadden aangegeven iets voor de groep te kunnen doen als het drukmiddel van de hongerstaking van tafel was (inv.nr. 25). Een jaar later zouden zes van de 15 vrouwen een verblijfsvergunning hebben (inv.nr. 25).

Een aantal (vrouwen-) organisaties gingen samen verder in het zogenaamde ‘vrouwenoverleg’ om na te denken over hoe gezamenlijke acties te kunnen ondernemen en hoe de verschillende politieke partijen te kunnen beïnvloeden (inv.nrs. 23 en 24).

Geschiedenis van het archief en verantwoording van de inventarisatie

Het archief heeft een omvang van 0,30 meter en bevat stukken over de voorbereiding van de hongerstaking, het bijstaan van de vrouwen in hun hongerstaking en de acties die in de richting van de politiek werden ondernomen om aandacht te vragen voor de consequenties van de invoering van de koppelingswet voor de ‘witte illegalen’. Op de stukken die de persoonlijke levenssfeer raken van de hongerstakende vrouwen is een openbaarheidsbeperking gesteld. Het betreft de inv.nrs. 2, 5 en 10.

Archiefvormer

Amsterdam Türkiyeli Kadýnlar Birlidi
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.