1315.BT: Archief van G.B. Salm en A. Salm GBzn.: bouwtekeningen

Dit archief is niet geïnventariseerd en alleen op afspraak raadpleegbaar.

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

1315.BT

Periode:

1857 - 1915

Inleiding

De archiefvormers

De architecten Gerlof Bartholomeus Salm (1831-1897) en zijn zoon Abraham Salm (1857-1915) hebben in Amsterdam vele sporen nagelaten. Hoewel beide architecten traditioneel waren opgeleid, voldeden ze op een oorspronkelijke manier aan de vraag naar eigentijdse gebouwtypen. Zij waren typische representanten van het eclecticisme, een stroming waarin elementen uit verschillende oudere bouwstijlen met elkaar gecombineerd werden. De opdrachtgever had de keuze uit een ruime voorraad stijlvormen. Samen met nieuwe vormen smeedden de architecten deze samen tot een eigen herkenbare bouwstijl.

G.B. Salm leerde het vak bij Hendrik Hana (1814- 1877) en werkte bij Willem Anthonie Froger (1837- 1883), architect en inspecteur van Publieke Werken in Amsterdam (1852-1856). Omstreeks 1856 deed hij examen als landmeter. Het oeuvre van G.B. Salm was typerend voor het midden van de negentiende eeuw en bestond in belangrijke mate uit bedrijfsgebouwen, fabrieken en bankgebouwen, maar ook kerken en utiliteitsgebouwen en woonhuizen. Van deze categorie kunnen genoemd worden het gebouw kerk van de Vrije Gemeente aan de Weteringschans, later bekend als Paradiso (1879). Voor het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra ontwierp hij o.a. het Aquarium (1879- 1882), het Faunamuseum en Bibliotheek (1866-1867) en het leeuwenverblijf (1858). Voor de Amsterdamse Omnibusmaatschappij ontwierp hij de tramremises op het Roeterseiland (1872-1894), voor Hotel Krasnapolsky ontwierp hij de electrische centrale (1882) en de wintertuin (1879). Voor De Nederlandsche Bank ontwierp hij een uitbreiding van het hoofdgebouw aan de Oude Turfmarkt verschillende gebouwen. Uit de categorie utiliteitsgebouwen kunnen genoemd worden de suikerraffinaderij "De Granaatappel" aan de Lijnbaansgracht (1869). Als zijn belangrijkste schepping geldt het Aquarium voor Artis), een ontwerp waaraan mede door zijn zoon Abraham is bijgedragen. In de jaren tachtig vinden we de handtekening van zijn zoon onder vele projecten, samen met die van zijn vader. Vanaf 1890 wordt het aandeel van G.B. Salm in het oeuvre van het bureau kleiner. Tot zijn late werken behoren de synagoge aan de Lange Houtstraat (1894) en de metamorfose van het Czaar Peterhuis in Zaandam. Dit was een buitengewone opdracht van het keizerlijk hof in Sint Petersburg (1890,1895), waarvoor hij onderscheiden werd met de Sint Anna-orde. Het houten huisje werd door hem gerestaureerd en van een ombouwing voorzien.

Hij was maatschappelijk actief, vooral in de architectenverenigingen. Van 1860-1869 bekleedde hij bestuursfuncties in het Genootschap Architectura et Amicitia, waarvan hij tussen 1864-1868 het voorzitterschap bekleedde. Ook binnen de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst was hij actief en was er van 1876-1877 voorzitter.

Abraham Salm GBzn ontving in 1877 zijn eerste opleiding in de praktijk van een Zwolse architect. Van 1878 tot 1880 studeerde hij te Parijs aan de Ecole des Beaux-Arts en aan het atelier van Emile Vaudremer (1829- 1914). Hoewel A. Salm zich na zijn terugkeer vestigde als zelfstandig architect, werkten hij en zijn vader van 1880-1888 samen in één bureau. De samenwerking leidde tot verschillende opdrachten voor Hotel Krasnapolsky, de synagoge Beth Hamidrash Etz Chagiem (1881) aan de Rapenburgerstraat (1881), de verbouwing van het Rozenhofje (1882), het Blindeninstituut aan de Vossiusstraat (1883), de kerk van de Nederduits Gereformeerde Doolerende Gemeente aan de Keizersgracht, kortweg genoemd de Keizersgrachtkerk 1887). Voor de Amsterdamse Omnibus Maatschappij ontwierp het duo tramremises, zoals aan de Linnaeusstraat (1884) en aan de Amstelveenseweg (1883-1884). De klantenkring van Abraham was voor een belangrijk deel voortgekomen uit de relaties die zijn vader met het bedrijfsleven had opgebouwd. Hiertoe behoren opdrachten in de industriële sfeer, zoals de sigarenfabriek van Goulmy en Baar aan het Rokin (1893). Ook de functie van architect van de Nederlandse Bank als opvolger van zijn vader past in dit perspectief. Voor deze opdrachtgever ontwierp hij de bijbanken van Groningen (1893) en Rotterdam (1908). Nieuw ten opzichte van de klantenkring van zijn vader was een verschuiving naar de particulier als opdrachtgever van woonhuizen en villa's. Evenals zijn vader heeft hij vele bouwwerken in Amsterdam op zijn naam staan, waarvan het woonhuis Herengracht 380-382 (1888 - 1890), het 'Loire-kasteeltje' (thans in gebruik bij het NIOD)als zijn bekendste werk geldt. Aan de Weesperzijde ontwierp hij vijf woonhuizen (de nummers 14-28), individuele panden die uitwendig als een geheel waren opgevat (1886-1887). Buiten de hoofdstad ontwierp A. Salm onder meer een groot aantal villa's, waarin hij uiteenlopende stijlen toepaste. Genoemd kunnen worden o.a. de Villa Casparus te Weesp (1897-1899) en de Villa Ma Retraite te Zeist. (1897). Niet uitgevoerd werden zijn ontwerpen voor een nieuwe doopsgezinde kerk aan het Singel, als verbouwing van het bestaande gebouw. Naast zijn werkzaamheden als architect bekleedde ook A. Salm GBzn net als zijn vader tal van maatschappelijke functies, met name op bouwkundig gebied. Hij was zowel actief binnen het Genootschap Architectura et Amicitia, waar hij zich als deelnemer en jurylid actief betoonde in het prijsvraagwezen. Binnen de Maatschapij tot Bevordering der Bouwkunst bekleedde hij tussen 1897 en 1915 (met onderbreking van 1905-1906) ook het voorzitterschapschap. Hij was lid van de Commissie voor het Stadsschoon en was in dat kader verantwoordelijk voor een ontwerp voor het nieuwe hoofdbureau van Politie aan de Oudezijds Achterburgwal, als alternatief voor het ontwerp van Publieke Werken. Buiten het vakgebied was hij lid van de Amsterdamse schutterij en actief in de Doopsgezinde Gemeente.

Na het overlijden van zijn vrouw in 1906 maakte Salm een reis naar Amerika ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het American Institute of Architects. Hij bezocht er o.a. New York, Philadelphia, Pittsburgh, Chicaco en Washington en maakte er kennis met Louis Sullivan en zijn werk. Door zijn opleiding aan de Ecole des Arts in Parijs en zijn daaruit voortvloeiende internationale contacten was hij een belangrijke stuwende kracht in de Nederlandse architectenwereld. In het begin van de twintigste eeuw is in zijn werk een overgang te zien naar een stijl die doet denken aan de werken van de Weense Sezession. Voorbeelden van bouwwerken in die stijl zijn het Rijpenhofje (1912-1913) aan de Rozengracht 116-126 en het Filiaal van 'Eigen Hulp' (1910-1911) aan de Frans van Mierisstraat / Hondecoeterstraat.

Het archief

Het archief beslaat een rijk geschakeerd oeuvre uit de tweede helft van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Het grootste deel bestaat uit ontwerptekeningen van A. Salm GBzn. Men vindt in het archief vele prachtige in kleur uitgewerkte presentatietekeningen, bijvoorbeeld van de Artisbibliotheek door G.B. Salm, het Blindeninstituut aan de Vossiusstraat 56 door vader en zoon Salm samen, het kerkgebouw voor de Doopsgezinde gemeente aan het Singel en de Herengracht en vele villa's in en buiten Amsterdam door A. Salm GBzn. Maar men vindt er ook studietekeningen, zoals de schets die A. Salm in 1876 in opdracht van zijn vader maakte van het zeeleeuwenverblijf in de Antwerpse dierentuin als voorbeeld voor eenzelfde verblijf in Artis. Het Archief Salm bevat ruim 1300 architectuurtekeningen, fotolitho's, blauw- en lichtdrukken van bouwprojecten, diploma's, een twintigtal schetsboeken en notitieboekjes. In archief 1315 bevindt zich de correspondentie en ruim 500 foto's. De tekeningen zijn verfilmd en gedigitaliseerd, de toegang op de tekeningen is in chronologische volgorde opgenomen in de catalogus van de tentoonstelling over G.B. Salm en A.Salm GBzn, in het toenmalige Gemeentearchief: Janjaap Kuyt, Norbert Middelkoop, Auke van der Woud, 'Bouwmeesters van Amsterdam', G.B.Salm en A.Salm G. Bzn, catalogus tentoonstelling Gemeentearchief Amsterdam 1997. In archief 1315 bevindt zich de correspondentie, familiefoto's en foto's van door vader en zoon Salm gerealiseerde bouwwerken.

Geschiedenis van het archief

Het Archief Salm is afkomstig van de heer L. van de Velden te Hilversum. In de jaren zestig raakte hij bevriend met G.B. Salm Azn., de jongste zoon van Abraham. Ook heeft Van de Velden C.E. Salm-Brand nog gekend. Hij herinnerde zich haar als een oudere dame met een welhaast religieuze verering voor haar overleden echtgenoot. Deze leek zelfs in de woonkamer aanwezig, waar zijn ingelijste portret prominent stond opgesteld op een schildersezel. In 1982 kreeg Van de Velden, ten behoeve van reproduktie in een kranteartikel, van G.B. Salm Azn. de beschikking over een ingelijst ontwerp van een crematorium voor Hilversum, door diens vader omstreeks 1893 vervaardigd. Naar aanleiding van de positieve respons op dit artikel was het Van de Velden vergund om de grote hoeveelheid materiaal met betrekking tot de architecten Salm te bestuderen, die door hem korte tijd daarvoor in het tuinhuis van de woning te Blaricum was aangetroffen. Hierbij ging het om tekeningen, aquarellen, blauw- en lichtdrukken, foto's, brieven en diverse publicaties. Achtereenvolgens heeft Van de Velden zich ontfermd over de documenten, die er door verwaarlozing slecht aan toe waren. Volgens zijn informatie was er door lekkage een stapel van ca. 200 aquarellen geheel verrot alsook een serie jaargangen van het tijdschrift Der Jugend.

Om dezelfde reden moest de inhoud van twee kartonnen dozen met het opschrift 'Russische correspondentie' als verloren worden beschouwd. De overige documenten hadden de lekkage beter doorstaan, onder meer doordat ze beter waren verpakt - de meeste brieven bevonden zich in vier grote en drie kleinere blikken trommels - of doordat ze zich in het woonhuis bevonden.

In 1985 richtte Van de Velden de Stichting Architecten G.B. en A. Salm op, die zich ten doel stelde het werk van deze architecten onder de aandacht te brengen en het voor de toekomst te behouden. De Stichting Salm verzorgde enkele uitgaven en een tentoonstelling over de architecten in 1985. Na het overlijden van G.B. Salm Azn in 1993 werd de nalatenschap aan Van de Velden gelegateerd. Daarbij ging het niet alleen om beeldmateriaal en geschreven documenten, tot dan toe in beheer bij de Stichting Salm, maar ook om meubels en andere door A. Salm GBzn ontworpen voorwerpen. Onderhandelingen tussen Van de Velden, de Stichting Salm en het Gemeentearchief Amsterdam, leidden in 1994 tot de schenking van de tekeningencollectie. In 1995 werden de brieven, publikaties en foto's overgedragen.

Literatuur

J. Vrieze en P.C.J. van Dael, Schoon en Vroom. Kunst in de kerk aan het

eind van de vorige eeuw bij Gereformeerden en Katholieken, Amsterdam

1980).

A.C. de Gooijer, Honderd jaar Keizersgrachtkerk, Kampen 1988.

H.G. de Vries en J.C. Treffers, Het Rijpenhofje en huizen De Lely. Rozengracht

116-126 en Bloemstraat 129-131 te Amsterdam Amsterdam 1982.

J.J. Zonjee, Het huisje van Czaar Peter te Zaandam, Zaandam 1982.

L.J. Westerman en L. van de Velden, De Amsterdamse familie Salm en

Hilversum, Hilversum 1985.

E. de Wijs, Het huis Herengracht 380-382 te Amsterdam, Hilversum 1986.

A. de Gooijer en B. Strik, Ma Retraite, doctoraalscriptie Technische Universiteit

Delft, 1986.

N.E. Middelkoop, Abraham Salm en de Maatschappij tot Bevordering der

Bouwkunst, scriptie Vrije Universiteit Amsterdam 1985.

N.E. Middelkoop, 1. Gerlof Bartholomeus Salm en de Maatschappij tot

bevordering der Bouwkunst. 2. De Fusie van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst met de BNA 1911-1919, scriptie Vrije Universiteit Amsterdam1986.

N.E. Middelkoop, Abraham Salm in Parijs 1878-1880, doctoraalscriptie Vrije Universiteit Amsterdam, 1988

N.E. Middelkoop, 'G.B. en A. Salm. Twee Amsterdamse architecten en een archief', Maandblad Amstelodamum LXXXII-4 (1995) 106-116.

P. Pijning, Villa ontwerpen van A. Salm GBzn. (1857-1915), doctoraalscriptie Vrije Universiteit Amsterdam 1986, 3 delen

R. Blijdenstein, Ma Retraite te Zeist. De parel van de Stichtse Lustwarande schittert weer Hilversum 1988.

J. Kuyt, 'Artis-Architecten', Maandblad Amstelodamum 78 (1991), 107-118.

Janjaap Kuyt, Norbert Middelkoop, Auke van der Woud, 'Bouwmeesters van Amsterdam', G. B.Salm en A.Salm G.Bzn, catalogus tentoonstelling Gemeentearchief Amsterdam 1997.



Archiefvormer

Salm, A. G. Bzn. (Abraham; 1857-1915) Salm, G. B. (Gerlof; 1831-1897)
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.