1022: Archief van de Amsterdamse Raad voor Sociaal-Kultureel Werk

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

1022

Periode:

1969 - 1987

Inleiding

Het moment van start van het archief van de Amsterdamse Raad voor Sociaal-Cultureel Werk (ARSCW) is diffuus. In 1976 vormde de Amsterdamse Jeugdraad (AJR) zich om tot de Raad voor Cultureel Werk in oprichting, een noodzaak die al een tijd gevoeld werd. De behoefte aan aanpassing van de organisatie binnen de Jeugdraad kwam voort uit een gevoeld gebrek aan inbreng bij de gemeentelijke overheid, aan onderlinge afstemming, een ervaring van het bedienen van de leeftijdsgroep jongeren in het cultureel werk als kunstmatig beperkt en de noodzaak een beter passende structuur te vinden in een context van maatschappelijke veranderingen en versnipperende overheid. Men werkte vervolgens geruime tijd in deze staat van oprichting, waarbij zeker in het begin het briefhoofd van Amsterdamse Jeugdraad nog werd gebruikt met aanvulling: ‘Amsterdamse Raad voor Kultureel Werk i.o.’ Op 17 november 1982 besloot de gemeenteraad op voorstel van burgemeester en wethouders akkoord te gaan met het voor een proefperiode van drie jaar oprichten van de Amsterdamse Raad voor Sociaal-Cultureel Werk. Daarbij werd de Verordening op de Amsterdamse Jeugdraad ingetrokken. De proefperiode ging in vanaf 1 januari 1983.

Bij besluit van de gemeenteraad 23 september 1983 werd het doel van de Raad het bevorderen van het sociaal-cultureel werk in Amsterdam en het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van een sociaal-cultureel beleid als onderdeel van een integraal welzijnsbeleid. De wijze waarop ze dit doel bereikte was het geven van advies aan gemeentebestuur of instellingen en het bevorderen van overleg en samenwerking tussen organisaties en groepen van personen op het terrein van sociaal-cultureel werk, het leveren van een bijdrage aan de gemeentelijke sociaal-culturele meerjarenplanning en welzijnsplanning in het algemeen, het initiëren, ondersteunen of coördineren van activiteiten die van belang zijn voor de ontwikkeling van het sociaal-cultureel werk in Amsterdam of die een vernieuwend effect konden hebben, voor zover deze taak niet door andere organisaties kon worden uitgevoerd. De raad bestond uit tenminste 11 en ten hoogste 31 leden uit kringen van buurthuiswerk, speeltuin- en kinderverenigingswerk, buurtgericht en stedelijk jongerenwerk, vrijwilligersjeugd- en jongerenwerk, plaatselijke vormings- en ontwikkelingswerk met volwassenen, kunstzinnige vorming, kinderopvang, openbaar bibliotheekwerk, andere op voordracht van de raad door burgemeester en wethouders aan te wijzen werksoorten. De raad koos uit haar midden een dagelijks bestuur bestaande uit een voorzitter, vicevoorzitter, penningmeester en drie leden. De Raad vergaderde tenminste viermaal per jaar. De Raad en het Dagelijks Bestuur konden voor het verrichten van haar taken commissies en werkgroepen in het leven roepen, waarin ook niet-raadsleden deelnamen. De Raad diende voor 1 april per jaar een begroting in. Jaarrekening en jaarverslag werden tegelijkertijd bij de Gemeenteraad aangeboden.

Bezuinigingsoverwegingen ten aanzien van haar sociaal-culturele adviesfuncties leidden bij besluit van de gemeenteraad 16 april 1986 tot opheffen van de ARSCW. Beëindiging ging in per 1 mei 1986. Al voor dit moment bouwde de ARSCW hierop anticiperend haar activiteiten af.

Verantwoording inventaris

Van de Amsterdamse Raad voor Sociaal-Cultureel Werk zijn geen jaarverslagen aangetroffen. Hoewel deze jaarverslagen aangeboden zullen zijn aan de gemeenteraad, maakt afwezigheid in het eigen archief van deze organisatie het wenselijk veel te bewaren. Daarbij ontstaat ook een meer gedetailleerd beeld van activiteiten, organisatie en sfeer van en in (onderdelen van) de ARSCW.

Zoals het startmoment van de ARSCW diffuus is, zo geldt dit ook voor de inhoud van haar werkzaamheden en haar archiefmateriaal. De ARSCW nam een aantal activiteiten en organisatievormen van de Amsterdamse Jeugdraad over en ontwikkelde daarnaast nieuwe, maar ook startten een aantal vernieuwingen al onder de Amsterdamse Jeugdraad. In ieder geval in het begin werd nog gebruik gemaakt van het briefhoofd Amsterdamse Jeugdraad met toevoeging: ‘Raad voor Kultureel werk i.o.’ De organisatie maakte zelf geen strikt onderscheid: reeds gevormde dossiers ten tijde van de Amsterdamse Jeugdraad bleven gebruikt worden door haar opvolger. Niet altijd is moment van verschijnen of beheerder van stukken duidelijk bij gebrek aan datering of gebrekkige of afwezige beschrijving van betrokkenheid bij de organisatie of een onderdeel daarvan; wel blijkt betrokkenheid uit de inhoud of stukken in de omgeving. Ook bleken vergaderstukken van onderdelen van de organisatie in wisselende samenstelling geordend, waardoor overzicht verdween. Het bleek daarom nodig materiaal te her-combineren om een duidelijke inventaris te kunnen verkrijgen. Daarbij bleek ook materiaal aanwezig van de Amsterdamse Jeugdraad (AJR) en van het Gemeentelijk Bureau voor Jeugdzorg (GBJ) waar de AJR onder viel of van het Gemeentelijk Bureau voor Jeugdzaken waar het Gemeentelijk Bureau voor Jeugdzorg weer onder viel. Van AJR en GBJ is materiaal aanwezig in inventaris 5320: archief van het Gemeentelijk Bureau voor de Jeugdzorg en van de Amsterdamse Jeugdraad. In dit archief (ARSCW) gevonden materiaal is daarom overgebracht naar inventarisnummer 5320.

Vernietigd is 2 meter aan materiaal, waarvan 1 meter dubbel aangetroffen materiaal betreft. Het bewaarde materiaal omvat 14 meter. Hiervan is 4 meter overgebracht naar inventaris 5320: archief van het Gemeentelijk Bureau voor de Jeugdzorg en van de Amsterdamse Jeugdraad.

Archiefvormer

Amsterdamse Raad voor Sociaal-Kultureel Werk (ARSKW)
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.