Handleiding Militieregisters 1828-1940

Naar welke bronnen verwijst de index?

In de index zijn de volgende inventarisnummers opgenomen:

Wat zijn Militieregisters?

In 1811 werd in Nederland de dienstplicht (conscriptie) ingevoerd. Vóór de Franse tijd bestond het leger uit vreemdelingen, landlopers, avonturiers. In 1814 werd bepaald dat op iedere 100 inwoners één militielid moest worden aangewezen. Op 27 februari 1815 werd daartoe de eerste Militiewet van kracht en deze werd twee jaar later vervangen door de wet voor oprichting van de Nationale Militie. De Nationale Militie bestond vanaf toen, naast vrijwilligers, uit ingelote dienstplichtigen. Voor de loting moest iedere mannelijke inwoner die dat jaar zijn negentiende levensjaar zou bereiken zich inschrijven in de woonplaats van zijn ouders. Een provincie werd voor de loting ingedeeld in militiedistricten van circa 100.000 inwoners, die vervolgens werden ingedeeld in ieder tien kantons.

Werd een man ingeloot, dan kon deze eerst proberen een reden voor vrijstelling aan te voeren. Redenen waren dat iemand te klein was, een lichamelijk gebrek had, dat een of meerdere broers in dienst waren (van een gezin met een even aantal zoons moest de helft in dienst, van een oneven aantal het kleinere deel), of dat hij bijvoorbeeld theologie studeerde. In de meeste gevallen werd hij een jaar vrijgesteld en moest hij zich het volgende jaar opnieuw aanmelden. Dit tot een maximum van vijf jaren, evenredig aan hoe lang de dienstplicht duurde.

Als er geen reden tot vrijstelling was, dan kon een vervanger worden aangesteld. Dit kon een remplaçant zijn (iemand die zich dat jaar niet hoefde aan te melden) of een nummerverwisselaar (iemand die dat jaar was uitgeloot). Het inzetten van een plaatsvervanger was een kostbare aangelegenheid, maar toch werd er veelvuldig gebruik van gemaakt. Omdat dit vervangingssysteem een grote invloed had op het aantal vrijwilligers — men verdiende meer door zich te laten inkopen als vervanger, dan zich aan te melden als vrijwilliger -, werd het remplaçantenstelsel in 1898 afgeschaft en vervangen door de persoonlijke dienstplicht. In 1922 werd de Dienstplichtwet ingesteld en was de Nationale Militie verleden tijd. Het lotingsysteem werd in 1938 afgeschaft.

Wat zijn de verschillende typen Militieregisters?

In de meeste gevallen zijn er drie registers: een inschrijvingsregister, een alfabetische namenlijst en een lotingsregister. In het inschrijvingsregister zijn de dienstplichtigen op volgorde van binnenkomst ingeschreven, dan werden ze op alfabetische volgorde gezet en vervolgens werd er een lotingsnummer, lengte en reden voor vrijstelling toegevoegd in het lotingsregister. Achteraf werd ook het lotingsnummer in de alfabetische namenlijst toegevoegd.

Van de lotingsregisters en de alfabetische namenlijsten zijn over het algemeen twee exemplaren, waarvan er een bij de gemeente en een bij de provincie berust. Uitzonderingen zijn Gelderland en Zeeland, waarvan geen provinciale militieregisters bewaard zijn gebleven. De lotingsregisters zijn opgesteld op volgorde van lotnummer. De meeste gegevens zijn overgenomen uit de inschrijvingsregisters, aangevuld met lichamelijke of medische informatie, redenen voor vrijstelling en gegevens over een eventuele plaatsvervanger of inlijving.

Hoe verliep de lotingsprocedure?

De gemeente registreerde de mannen die in aanmerking kwamen voor de militie in de inschrijvingsregisters. De verschillende gemeentelijke lijsten werden samengevoegd in een alfabetische lijst per kanton. In de alfabetische registers werden tot 1861 ook de voor een jaar vrijgestelden van de vorige vier jaren ingeschreven. Dit zijn personen die waren ingeloot, maar tijdelijk (voor een jaar) waren vrijgesteld en dus herkeurd moesten worden. De alfabetische lijsten werden in tweevoud gemaakt: één exemplaar ging na loting terug naar de gemeente, één ging naar de militiecommissaris (provincie).

De militiecommisssaris zorgde voor een publiekelijke loting (per kanton) en er werd een lotingsregister in tweevoud opgesteld, op volgorde van lotnummer. Na loting gingen de lotingsregisters naar de Militieraad, waar redenen tot vrijstelling werden beoordeeld. De militiecommissaris leverde alle registers (loting en alfabetische naamlijst) in bij de Commissaris van de Koningin: het tweede exemplaar van het lotingsregister werd teruggestuurd naar de gemeente.

Welke gegevens zijn te vinden in de Militieregisters?

De Militieregisters zijn in de index te doorzoeken op:
  • Naam
  • Geboortedatum
  • Geboorteplaats
De militieregisters zijn een bijzondere bron, omdat ze vrij veel gegevens over de ingeschrevenen bevatten. Zo was lengte een criterium om in aanmerking te komen voor de dienstplicht, dus deze werd altijd genoteerd. Ook bij een medische keuring werden bijzonderheden opgeschreven. In de lotingsregisters staat vaak een beknopte beschrijving van het uiterlijk op deze kenmerken:

Aangezigt
Voorhoofd
Oogen
Neus
Mond
Kin
Haar
Wenkbraauwen
Merkbare teekenen

Daarnaast bevatten de registers de beroepen van zowel loteling als de ouders en — uiteraard — het besluit of iemand wel of niet in dienst moest.

Welke begrippen komen voor in de Militieregisters?

  • Broederdienst: bij een even aantal broers in één gezin moest de helft in dienst, bij een oneven aantal het kleinere deel; als je dus al een broer in dienst had, kon je vrijstelling krijgen
  • Conscriptie: verplichte militaire dienst
  • Finaal vrij: is vrijgesteld van dienstplicht en hoeft zich nooit meer te melden
  • Gedesigneerd: is ingelijfd
  • Gepasporteerd: heeft aan de dienstplicht voldaan
  • Militiecommissaris: degene die aan het hoofd van een kanton staat en verantwoordelijk is voor de loting
  • Miltieraad: orgaan dat de verzoeken tot vrijstelling beoordeelt
  • Nummerverwisselaar: een vrijgelote dienstplichtige met een nummer hoger dan het aantal aan het district opgelegde miliciens, kon de plaats innemen van een ingelote dienstplichtige
  • Remplaçant: iemand die de plek van een ingelote tegen betaling innam; omdat de betaling van een vrijwilliger vele malen lager lag, meldde steeds minder mensen zich vrijwillig aan en werd het remplaçantenstelsel in 1898 afgeschaft

Verder lezen?

Laatst bijgewerkt op 9 okt 2017 door Nelleke van Zeeland
HandleidingVoorbeeldZoek
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<