Handleiding Doopregisters voor 1811

1. Wat zijn doopregisters?

Doopregisters zijn registers van een kerkgenootschap waarin alle dopen werden geregistreerd. Voorschriften voor het bijhouden van doopregisters zijn vastgesteld tijdens het Concilie van Trente, (1545-1563). Het oudste doopregister van Amsterdam dateert van één jaar na het Concilie: het is een doopboek van de Oude Kerk begonnen in 1564. Toen in 1810 Nederland opging in het Franse Keizerrijk, werd de burgerlijke stand ingevoerd, een bevolkingsregistratie naar Frans model. De kerken werden in 1811 verplicht hun doopregisters bij de burgerlijke stand in te leveren, evenals hun trouw- en begraafregisters. De doop- trouw- en begraafregisters worden beschouwd als één archiefblok. Dit archief (toegangsnummer 5001) is geïnventariseerd. In de inleiding op deze inventaris vindt u meer informatie over de doopregisters.

2. Zijn er doopregisters van alle kerken?

In deze index zijn gegevens overgenomen uit de doopregisters of uit vergelijkbare registers met geboorteregistratie van de volgende kerkgenootschappen: Nederlands-Hervormde kerk, Waalse kerk, Engels Presbyteriaanse kerk, Engels Episcopaalse kerk, Evangelische Lutherse kerk, Hersteld-Evangelisch Lutherse kerk, Doopsgezinde kerken, Remonstrantse kerk, Rooms-Katholieke kerk, Oud-Katholieke kerk, Grieks Katholieke kerk en de Portugees Israëlitische kerk. Opgenomen zijn ook de inschrijvingen uit het Register van het Regiment Oranje-Nassau, lopend van 1785 tot 1795. Gegevens over geboorten van Hoogduitse joden zijn niet opgenomen omdat de registers in het Hebreeuws zijn. Raadpleeg daarvoor: Jits van Straten ‘Besnijdenissen en geboorten in Amsterdam 1697-1811’(Amsterdam, 2004)

3. Wie schreef een doop in het register?

De inschrijving in het register werd gedaan door de geestelijke die de doop verrichtte. Hij schreef de namen op zoals hij ze hoorde en er was geen controle op volledigheid of op spelling. Daardoor kunnen namen van mensen op zeer verschillende manieren zijn geschreven.

4. Wat staat er in een doopinschrijving?

In de registers staan meestal de voornamen van het kind en de volledige naam van de ouders en de getuigen vermeld, evenals de datum van de doop. De datum van de geboorte werd in eerste instantie niet vermeld. In 1792 stelden de Staten van Holland verplicht ook geboortedatum en geboorteplaats te vermelden. In vrijwel alle doopboeken is ook de naam van de geestelijke die de doop heeft verricht te vinden. In de marges van de doopboeken staan soms opmerkingen geschreven over bijvoorbeeld naamsveranderingen, het verstrekken van doopbewijzen of belangrijke functies van ouders of getuigen in het stadsbestuur.

Let op: omdat in de registers alleen de voornaam van het kind is vermeld, is het ook niet mogelijk de doop van een kind te vinden door te zoeken op de voornaam en achternaam van het kind. Wel kunt u zoeken op de voornaam van het kind in het ene zoekvenster, kies daarbij voor de rol 'kind', en in het tweede zoekvenster op de achternaam van de vader met daarbij de rol 'vader'. Bedenk daarbij dat in een tijd waarin het gebruik van patroniemen algemeen is, een kind ook niet dezelfde 'achternaam' heeft als de vader, immers voornaam van de vader wordt het patroniem bij het kind.

5. Kun je zoeken op alle gegevens van een doop?

Nee, niet altijd zijn alle gegevens te vinden. Voor de periode 1701-1811 zijn wel alle gegevens opgenomen in de database (zelfs in de marge geschreven opmerkingen zijn toegevoegd), maar voor de periode 1564-1701 is dat niet zo. De gegevens uit de doopregisters uit de periode 1701-1811 zijn rechtstreeks en volledig uit de originele registers ingevoerd in de database. Voor de invoer van de gegevens uit de periode 1564-1701 is gebruik gemaakt van een index die in de jaren ’50 is gemaakt. In die index waren alleen de namen van de dopeling en de ouders opgenomen en NIET de overige gegevens zoals de namen van de getuigen en van de pastor. Daardoor kunt u helaas nu in dit zoeksysteem ook niet zoeken op de namen van getuigen of van de pastor uit de periode voor 1701.

6 Kan het zijn dat tweelingen dubbel zijn geregistreerd?

Ja, tweelingen krijgen ieder een eigen inschrijving in het doopregisters. In de Lutherse kerk werden de dopen per jaar ingeschreven in één register, geordend alfabetisch op de eerste letter van de naam van het kind. Je vindt er dus éérst in chronologische volgorde alle voornamen die beginnen met een a, dan met een b, een c, en zo verder. De namen van tweelingen beginnen natuurlijk vaak niet met dezelfde eerste letter. Om de inschrijving van tweelingen toch achter elkaar te kunnen plaatsen schreef men de tweelingen dubbel in; éénmaal alfabetisch op de eerste letter van de naam van het ene kind, en éénmaal alfabetisch op de eerste letter van de naam van het andere kind.

7. Waarom staat er soms iets cursief geschreven achter een naam?

Alles wat in de doopboeken is geschreven naast de standaard registratie van namen, is in cursief toegevoegd. De cursieve tekst is dus geen toevoeging door het Stadsarchief, maar is in het doopboek geschreven in de tijd dat het doopboek in de kerk in gebruik was of nadat de registers waren overgedragen aan de burgerlijke stand. Overigens zijn alleen uit de periode 1701-1811 de bijgeschreven opmerkingen overgenomen in de database.

8. Wat betekent de opmerking in cursief ‘doopbewijs verstrekt’?

Na 1811 werd het verplicht bij de burgerlijke stand bij de ondertrouw een kopie van de geboorteakte te tonen. Maar van mensen die vóór 1811 waren geboren was geen akte van geboorte opgemaakt. Zij konden een doopbewijs krijgen op basis van de bij de burgerlijke stand ingeleverde doopregisters van de kerken. Het verstrekken van een doopbewijs werd bijgeschreven in de doopregisters, mogelijk om dubbele uitgifte op dezelfde inschrijving te voorkomen.

9. Bij sommige namen verwacht je een J en dan staat er een IJ (bijvoorbeeld IJan de IJong in plaats van Jan de Jong), klopt dat wel?

Ja dat klopt, zo staat het ook geschreven in het doopregister. De letters I en J werden vroeger vaak door elkaar en daarna ook naast elkaar gebruikt. In sommige namen zie je dat nu nog: De Bruijn, Kuijper, maar in een naam als IJan de IJong zie je het nu eigenlijk niet meer.

10. Wat betekenen de getallen bij de bronvermelding?

De bronvermelding ‘321 p. 114 (folio 57v) nr. 10’ betekent: De bron is inventarisnummer 321 (uit archief 5001), pagina 114, in de oude nummering folio 57 verso, de 10e inschrijving op die pagina. Als u een bestelling plaatst krijgt u een afdruk van een microfiche van de gehele pagina. Uw inschrijving is de 10e van die pagina.

11. Waarom staat er soms een ‘ (aanhalingsteken) in een naam?

Dat is letterlijk overgenomen uit het doopregister. Het betekent dat de naam is afgekort. Jo’es betekent bijvoorbeeld Johannes, W’m betekent Willem en Fred’k betekent Frederik.
Laatst bijgewerkt op 14 jan 2016
ZoekVoorbeeldHandleiding
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<